Woning of appartement

Huis & Hypotheek

Erfdienstbaarheden geven soms forse problemen
Erfdienstbaarheden blijken in de praktijk vaak problemen tussen buren op te leveren. U hoeft maar naar een aflevering van de Rijdende Rechter te kijken voor al dan niet hilarische voorbeelden. Onlangs speelde weer een dergelijk probleem waarover de rechter zich moest uitspreken. Iemand kocht in 2015 een woning waarop (op het perceel) ruim 25 jaar eerder een erfdienstbaarheid was gevestigd ten behoeve van het perceel van de buurman. De nieuwe eigenaar stelde bij de rechter dat de erfdienstbaarheid door vermenging teniet is gegaan omdat de eigendom van beide percelen – het heersende en het dienende erf – al dertien jaar eigendom van dezelfde eigenaar was.

De voormalige buurman vecht de opvatting van de eigenaar aan. De erfdienstbaarheid kan volgens hem niet teniet gaan omdat de vorige eigenaar (een woningstichting) zijn perceel altijd aan derden – waaronder de buurman zelf – in gebruik heeft gegeven. De buurman doet ook nog een beroep op verjaring.

De Rechtbank neemt in haar oordeel de volgende overwegingen mee. Bij het tenietgaan van een erfdienstbaarheid door vermenging gaat het erom dat de erfdienstbaarheid zinloos wordt en daardoor niet meer nodig is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als zowel het voormalig heersende als het dienende erf in één hand komen, maar dat hoeft niet. Als namelijk het heersende erf (het erf ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid destijds gevestigd is) niet door de eigenaar wordt gebruikt, maar door een andere partij – bijvoorbeeld een huurder of gebruiker van een perceel – behoudt de erfdienstbaarheid haar functie en gaat daarom niet teniet.

Dat betekent, dat wanneer kan worden aangetoond dat zowel de gebruiker op het moment van de vermenging als latere gebruikers het recht gedurende een aaneengesloten periode hebben gebruikt, de erfdienstbaarheid blijft bestaan. Zo heeft het parlement het ook bedoeld. Dat heeft ooit gesteld dat “de erfdienstbaarheid haar werking houdt, zowel tussen de eigenaar en de huurder of pachter door of jegens wie de erfdienstbaarheid kan worden uitgeoefend, als jegens eventuele latere verkrijgers onder bijzondere titel waaronder koop, van de door vermenging verenigde erven, voor een ieder waarvoor deze erfdienstbaarheid van belang blijft.”

De Rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid nog steeds van belang was voor de gebruiker van het (voormalig) heersend erf. De nieuwe eigenaar mag echter nog wel tegenbewijs leveren. Als hem dat niet lukt, is de erfdienstbaarheid niet door vermenging tenietgegaan. Als hem dat wel lukt, is vervolgens het beroep op verkrijgende verjaring aan de orde. Voor een dergelijke verjaring geldt volgens de rechter een termijn van tien jaar. De gebruiker van het (voormalige) heersende erf was bezitter te goeder trouw. In de leveringsakte werd destijds door de vorige eigenaar (de woningstichting) verklaard dat er een erfdienstbaarheid gold ten gunste van het perceel van de buurman. Daarom hoeft niet van de buurman te worden verlangd dat hij nog uitvoeriger onderzoek zou doen naar de juistheid van die bewering aangezien de woningstichting toen ook eigenaar was van het dienende erf.
Ten tijde van het instellen van de vordering door de nieuwe eigenaar was de termijn van tien jaar nog niet verlopen, zodat in die zin geen sprake kan zijn van verkrijgende verjaring van de erfdienstbaarheid. Die termijn is niet vanaf de datum van de vermenging gaan lopen. Immers, de latere huurders of gebruikers moeten dan beschouwd worden als ‘houders’ voor de woningstichting in de zin van de wet en aan hen komt geen beroep op de verkrijgende verjaring toe. Snapt u het nog?

Deze zaak geeft maar weer eens aan hoe enorm complex het burenrecht in elkaar zit. Ben u van plan een woning te kopen waarbij sprake is van – onduidelijke – erfdienstbaarheden, neem dan eerst contact met ons kantoor op. De notaris is de juridische specialist op het terrein van burenrecht en erfdienstbaarheden. Voorkom problemen! 


2017-10-02
Meer dan 20.000 verkochte woningen in augustus 2017

(Bron: Kadaster) In augustus 2017 registreerde het Kadaster 20.780 verkochte woningen. Dit is een stijging van 4,0% ten opzichte van augustus 2016 (19.975). Vergeleken met de voorgaande maand, juli 2017, is er ook sprake van een stijging van 4,0%. Het Kadaster registreerde toen 19.979 verkochte woningen.

Het Kadaster registreert de transacties van bestaande koopwoningen op het moment dat de notaris deze bij het Kadaster laat inschrijven. Dat is dus het moment van eigendomsoverdracht, de koper wordt eigenaar van de woning..
Vergeleken met augustus vorig jaar is de grootste stijging bij vrijstaande woningen met 13,8%. Alleen bij appartementen registreerde het Kadaster een daling met 0,6%. Ten opzichte van de vorige maand, juli 2017, is juist bij appartementen de grootste stijging (7,4%), alleen bij 2-onder-1-kap woningen is er een daling (-1,4%).
Ten opzichte van augustus 2016 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in Flevoland het meest, met 26,7%. Alleen in Noord-Holland daalde het aantal verkopen met 3,8%. Vergeleken met juli 2017 is in Utrecht de stijging het grootst (12,1%), in Zeeland daalde het aantal verkopen met 5,4%.
 
Het aantal geregistreerde hypotheken nam in augustus 2017 met 7,6% toe ten opzichte van augustus 2016, van 27.101 naar 29.172. Vergeleken met juli 2017 (28.950) is er sprake van een stijging van 0,8%.
Executieveilingen nemen sterk in aantal af. In augustus 2017 vonden 85 executieveilingen plaats. Dit is een daling van 43,7% ten opzichte van augustus 2016 (151)..
2017-09-25
Koopappartement? Let op reservefonds VVE

Een groot deel van het aanbod op de woningmarkt bestaat uit appartementen. Een appartementsrecht is de juridische benaming voor een onderdeel van een gebouw dat kadastraal gesplitst is in verschillende eenheden. Het splitsen in appartementsrechten is nodig als er sprake is van koopwoningen die boven/onder elkaar liggen. In de wet staat namelijk dat de eigenaar van een perceel grond automatisch eigenaar is van alles wat op of in die grond gebouwd is, de juridische term hiervoor is natrekking.

Dit is te doorbreken door een perceel te splitsen in appartementsrechten. Daarmee krijgt elke appartementseigenaar eigendom (uitsluitend gebruik) van zijn eigen woning en mede-eigendom van het hele gebouw met de grond waarop dit staat. Iedere eigenaar krijgt dan een aandeel van bijvoorbeeld 1/20 in de grond en het gebouw met alles wat daarbij hoort. De gezamenlijke eigenaren vormen dan de Vereniging Van Eigenaren, de VVE. Het aandeel qua mede-eigendom komt steeds terug in het aantal uit te brengen stemmen in de VVE, de bijdrage in de exploitatiekosten en het reservefonds van de VVE.
 
Het zomaar kopen van een appartement, zonder vooraf te kijken naar de status van de VVE, brengt ernstige risico's met zich mee. Tot voorkort was de term “slapende VVE” een veel voorkomend verschijnsel. Dit was/is een VVE waar feitelijk niets mee gedaan wordt en waar vaak niet eens een bestuur was. Sinds een aantal jaren is elke VVE wettelijk verplicht zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel onder vermelding van de bestuursleden. Het niet ingeschreven staan is zelfs een economisch delict waar een boete van € 15.000 op staat.
 
Ook al is een VVE netjes ingeschreven, dit zegt nog niets over de financiële gezondheid. Als u een appartement koopt met een VVE zonder enig reservefonds, dan bent u de pineut als er groot onderhoud aan het gebouw moet worden gepleegd of als de lift kapot gaat. U bent dan namelijk wettelijk verplicht om mee te betalen in de kosten in verhouding van uw mede-eigendom. Vooral in de steden zien we nogal eens dat grote oude herenhuizen zijn gesplitst in bijvoorbeeld drie appartementen. Als op zo een pand het dak moet worden vervangen en dit kost € 90.000, dan moet u als appartementseigenaar hier € 30.000 aan meebetalen.
Bent u van plan een appartement te kopen, informeer dan eerst naar het reservefonds van de VVE en naar de hoogte van de maandelijkse bijdrage (de servicekosten). Dit voorkomt onaangename verassingen achteraf.
 
Vanaf 1 januari 2018 gaat er wettelijk het nodige veranderen voor de VVE. Zo moet er bijvoorbeeld een verplicht onderhoudsfonds worden ingesteld, waarin jaarlijks 0,5% van de herbouwwaarde van het hele gebouw gestort moet worden. Ook moet er een meerjarige onderhoudsbegroting worden opgesteld en kan er een collectieve VVE-lening worden afgesloten voor bijvoorbeeld groot onderhoud dat niet uit het reservefonds betaald kan worden. Ieder wordt dan aansprakelijk voor een deel van deze lening en kan dit deel ook overdragen bij verkoop. Een fors reservefonds VVE kan voor u als koper ook een voordeeltje opleveren qua overdrachtsbelasting. Over uw aandeel in de spaarpot hoeft namelijk geen overdrachtsbelasting betaald te worden en dat kan aardig schelen.
 
De notaris is de specialist bij uitstek op het gebied van appartementsrecht en VVE regels. Neem voor de koop gerust contact met ons kantoor op om u goed te laten voorlichten. Dit zal u behoeden voor onaangename en kostbare verassingen achteraf.
2017-09-18
Bij koophuis zijn verzekeringen net zo belangrijk
Met het kopen van een huis loopt u ook een aantal financiële risico’s. Gelukkig kunt u zich hiertegen verzekeren. Sommige verzekeringen zijn zelfs verplicht als u een hypotheek afsluit zoals een overlijdensrisicoverzekering. Deze keert een bedrag uit aan uw partner of nabestaanden als u komt te overlijden. Drie andere belangrijke verzekeringen zijn de opstalverzekering, de inboedelverzekering en de woonlastenverzekering.

Met de opstalverzekering bent u verzekerd tegen schade aan uw huis. De inboedelverzekering dekt schade aan uw spullen veroorzaakt door bijvoorbeeld inbraak of diefstal. En de woonlastenverzekering keert uit als u inkomsten verliest door arbeidsongeschiktheid of werkloosheid

  1. Woonlastenverzekering - De woonlastenverzekering keert uit als u inkomsten verliest door arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Met deze verzekering kunt u voor een bepaalde tijd de maandelijkse hypotheeklasten, of een deel daarvan, betalen.
  2. Inboedelverzekering - De waarde van de spullen die u in huis heeft staan, is bij elkaar opgeteld vaak meer dan u denkt. De inboedelverzekering dekt schade aan uw spullen veroorzaakt door bijvoorbeeld water, brand, inbraak of diefstal.
  3. Opstalverzekering - Met de opstalverzekering bent u verzekerd tegen schade aan uw huis. Dit kan schade zijn die is veroorzaakt door storm, brand of inbraak. Vaak moet u deze verzekering verplicht afsluiten als u een hypotheek afsluit.
  4. Overlijdensrisicoverzekering - De overlijdensrisicoverzekering keert een bedrag uit aan uw partner of nabestaanden wanneer u komt te overlijden. Als u een hypotheek aanvraagt bij de bank dan bent u vaak verplicht deze verzekering af te sluiten.

Wilt u meer weten over de verplichtingen bij het kopen van een huis of het aangaan van een hypothecaire lening? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-08-21
Oververhitting woningmarkt dreigt, laat je niet gek maken

Na de jarenlange crisis op de woningmarkt draait deze weer op volle toeren, het lijkt wel of de kurk van de fles is gekomen en iedereen ineens een huis wil kopen. Dat is ook niet zo gek, want wonen is een natuurlijke en eerste levensbehoefte. Gezinnen groeien, stellen gaan trouwen of samenwonen, ouderen blijven langer zelfstandig wonen en er ontstaan steeds meer eenpersoonshuishoudens. Nu ook nog de productie van nieuwe woningen ver achter ligt op het normale volume is het de economische wet van vraag en aanbod die de markt bepaald.

Zoekt u een huis in Oost Groningen of in Zeeland dan gaat dat nog wel lukken, maar in de Randstad en grotere steden elders in het land zijn courante en betaalbare woningen schaars. Zo is de markt omgeslagen van een kopers- naar een verkopersmarkt. Voor bijna elke courante woning zijn meerdere, soms tientallen gegadigden. We zien nu dat een openingsbod al vaak boven de vraagprijs ligt en kopers ver gaan om hun droomhuis te bemachtigen. Als een verkoper kan kiezen uit een koper die een voorbehoud voor financiering maakt en ook nog eerst een bouwkundige keuring wil dan valt de keuze al snel op een koper die deze voorbehouden niet maakt.
 
In de praktijk zien we nu gebeuren dat mensen bij wijze van spreken makkelijker een woning van € 300.000 aanschaffen dan een broodrooster van € 80. Als voor de woning het koopcontract eenmaal getekend is en er geen voorbehouden voor financiering en/of bouwkundige keuring gemaakt zijn, dan geldt er alleen nog maar de wettelijke bedenktijd van 3 dagen. Daarna zit u definitief aan de koop vast. Als nu achteraf blijkt dat de financiering toch niet rond komt door bijvoorbeeld een onverwacht ontslag of een breuk in de relatie, dan zit u als koper vast aan een boete van 10% van de koopsom. Deze moet u aan de verkoper betalen, vermeerderd met een eventuele schadevergoeding.
Geen huis, geen financiering, wel een schadepost van misschien wel € 40.000. Daar moet u toch niet aan denken. Ons advies is om uitsluitend een bod op een woning te doen zonder financieringsvoorbehoud als u 100% zeker weet dat u de woning met bijkomende kosten ook kunt betalen. Vraag daarnaast door naar de bouwkundige staat van de woning. De verkoper heeft op dit punt een wettelijke mededelingsplicht voor alle hem kenbare gebreken.
 
Voor u zal het lezen van een concept koopovereenkomst geen dagelijkse kost zijn, voor ons als notariskantoor wel. Ook al is het contract opgesteld door de makelaar van de verkoper, kom er voor het ondertekenen gerust bij ons mee langs of zet het op de mail. Wij weten waar we moeten kijken en of er voor u als koper geen onredelijke bedingen opgenomen zijn. Minister Plasterk heeft net in de Tweede Kamer aangegeven bezig te zijn met een wettelijk recht op het opnemen van een financieringsvoorbehoud of voorbehoud van een positieve bouwkundige keuring, maar zover is het nog niet. Blijf tot die tijd voorzichtig en laat het droomhuis geen nachtmerrie worden.
2017-07-17
Ontbindende voorwaarde ook geldig bij afwijkende leveringsakte

Bepalingen in een zogenaamde voorlopige koopakte kunnen uiteindelijk van groot belang zijn voor koper en verkoper van een huis. Dat blijkt uit een zaak die onlangs voor de Rechtbank Overijssel diende. De aan de rechter voorgelegde kwestie was dat een verkoper een woning had verkocht aan een koper waarbij in de voorlopige koopakte was opgenomen dat de koop ontbonden zal zijn bij faillissement van de koper. Deze clausule zou ook in de uiteindelijke akte van levering moeten worden opgenomen, maar om onduidelijke redenen is dat niet gebeurd.

De leveringsakte bevatte wel de bepaling dat alle ontbindende voorwaarden die zijn overeengekomen in de koopovereenkomst bij ondertekening van de leveringsakte zijn uitgewerkt. Ook is daarin bepaald dat zowel verkoper als koper zich bij deze koop en levering niet meer op een ontbindende voorwaarde kan beroepen.
Een tijdje na de levering gaat de koper failliet. De verkoper wil van de rechter een verklaring dat hij vanaf datum faillissement weer eigenaar van het overgedragen stuk grond wordt. Hij beroept zich op de ontbindende voorwaarde in de koopakte. Hij vindt de curator in het faillissement op zijn weg.
 
De verkoper bewijst voor de rechter dat er geen enkel overleg is geweest over het niet opnemen van de ontbindende voorwaarde in de leveringsakte en dat zijn bedoeling met die ontbindende voorwaarde ook niet was gewijzigd bij de levering. Dat blijkt ook uit de aan de rechter overlegde correspondentie tussen de verkoper en de notaris. De verkoper was niet persoonlijk aanwezig bij het tekenen van de akte van levering maar had een volmacht aan het notariskantoor afgegeven.
Het enkele na ontvangst van concept-leveringsaktes (bij volmacht) meewerken aan het verlijden van de leveringsakte is onvoldoende aanwijzing voor de conclusie dat in de periode tussen het sluiten van de koopovereenkomst en het passeren van de leveringsakte de wil van partijen over de ontbindende voorwaarde is gewijzigd. De Rechtbank betrekt daarbij dat de in de leveringsakte opgenomen bepalingen, die strijdig zijn met de in de koopovereenkomst weergegeven partijbedoeling over het opnemen van de ontbindende voorwaarde bij faillissement, standaardbepalingen zijn uit de modelakte die landelijk voor leveringen wordt gehanteerd.
 
De rechter stelt vast dat de verkoop onder ontbindende voorwaarde van het faillissement van de koper is overeengekomen en dat deze voorwaarde is vervuld. Daarmee is de verkoper met ingang van het faillissement van de koper weer eigenaar van het perceel geworden. De verkoper moet de koopprijs aan de curator terugbetalen.
 
De moraal van deze zaak is dat het van groot belang is dat de bepalingen uit de koopakte en de akte van levering exact op elkaar aansluiten. Als u als koper ons kantoor inschakelt voor de overdracht van uw nieuwe woning zullen wij altijd eerst de koopakte zorgvuldig doornemen, om problemen later te voorkomen.
2017-06-26
Wetsvoorstel functioneren Verenigingen van Eigenaren door Eerste Kamer

Een Vereniging van Eigenaren (VvE) is straks verplicht om jaarlijks een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw. De hoogte van het te reserveren bedrag wordt vastgesteld op basis van een meerjarig onderhoudsplan, of is 0,5% van de herbouwwaarde van het appartementencomplex.

Alleen als 80% van de eigenaren akkoord is, kunnen zij afzien van storten in een onderhoudsfonds. Zij zullen het onderhoud dan van keer tot keer moeten betalen.Na de Tweede Kamer (in februari) ging vandaag ook de Eerste Kamer akkoord met dit wetsvoorstel van minister Plasterk (BZK).

In de wet komt ook expliciet te staan dat het voor VvE's mogelijk is een lening aan te gaan. Daarbij is elke eigenaar alleen verantwoordelijk voor zijn eigen deel van een lening. Zodra een lid van de VvE zijn appartement of woning verkoopt, gaat ook zijn deel van de lening over naar de nieuwe eigenaar.
De nieuwe regels worden vanaf januari 2018 van kracht.

Wilt u meer weten over uw rechten en plichten in een VvE? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-06-06
Onverwachte overdrachtsbelasting verrast steeds meer mensen

Iedereen weet wel wat een huis is. Echter, voor de overdrachtsbelasting is dat een rekbaar begrip. Dan blijkt een huis soms toch iets meer te zijn dan u dacht. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij de koop van een woonboerderij met vrijstaande schuur, paardenbak, tuin en erf. De fiscus kan u dan zo maar verrassen met een hogere overdrachtsbelasting dan u dacht.

Het tarief overdrachtsbelasting bedraagt 2% voor een woning. Is het geen woning, dan rekent de fiscus 6%. Zo kan in het voorbeeld van de woonboerderij met vrijstaande schuur, paardenbak, tuin en erf voor een deel 2% en voor een ander deel 6% overdrachtsbelasting gelden.
 
Een onroerende zaak heeft een woonfunctie als het pand ‘naar zijn aard bestemd is voor bewoning'. Bij de beoordeling daarvan wordt gekeken of er bouwkundig van een woning kan worden gesproken. Een huis blijft een huis, ook als er niet meer in wordt gewoond. Een watertoren blijft een watertoren. Ook als er nu wel in wordt gewoond. Er zijn – zoals zo vaak – ook hier uitzonderlingen. Als een pand later ingrijpend verbouwd wordt en daardoor de aard en het aanzien van het pand veranderen, kan er anders tegen de functie van het pand worden aangekeken.
Bij een pand met verschillende functies – bijvoorbeeld woon- en winkelpand of boerderij met woongedeelte en stallen – moet de koopsom worden gesplitst. Dat levert ook weer verschillende tarieven voor de overdrachtsbelasting op. Is een pand niet (meer) geschikt om in te wonen – casco, sloopwoning of fundamenten – dan geldt het voor de overdrachtsbelasting als woning, als het er nog (nog) staat. Is de woning afgebroken en koop je een onbebouwd terrein? Dan koop je geen woning en zal het 2% tarief niet gelden.
 
Bij de schuur, paardenbak, tuin en erf in het hiervoor genoemde voorbeeld geldt dat, wanneer dat niet als woning gekwalificeerd kan worden, de koper daarover 6% overdrachtsbelasting moet betalen. Zodra de koopovereenkomst is getekend en u hiermee geen rekening heeft gehouden, moet u dieper in de buidel tasten dan u had verwacht.
 
Wilt u voorkomen dat u voor onaangename verrassingen met de overdrachtsbelasting komt te staan? Bel ons voor het maken vaan een afspraak.
2017-05-29
Goed samenleefcontract is noodzaak
Recente statistieken wijzen uit dat steeds meer stellen besluiten om te gaan samenwonen in plaats van trouwen. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er vorig jaar meer kinderen geboren binnen samenleefrelaties dan binnen het huwelijk. Bij een huwelijk is er een uitgebreide regeling in de wet opgenomen waardoor problemen bij uit elkaar gaan of bij overlijden voorkomen worden. Voor een stel dat gaat samenwonen is in de wet helemaal niets geregeld.

De dagelijkse praktijk leert ons dat er de grootst mogelijke problemen kunnen ontstaan bij een breuk in de samenwoonrelatie of bij overlijden van een van de partners. Zeker als er sprake is van een eigen woning met een hypotheek en een levensverzekering zoals dit bij circa 900.000 samenwonende stellen het geval is, is het absoluut onverantwoord om niets te regelen. Door het ontbreken van een goed samenleefcontract kunnen de volgende problemen ontstaan: bij uit elkaar gaan zijn er geen regels hoe de gezamenlijke bezittingen en schulden te verdelen, partijen moeten maar zien hoe ze dit oplossen.

Bij overlijden van een van de partners gaat de helft van de woning met inboedel en saldo van en/of rekeningen naar de familie (ouders, broers, zusters) van de overleden partner. Als er eigen kinderen zijn dan gaan de hiervoor bedoelde zaken naar de kinderen. Familie moet tot wel 40% erfbelasting betalen over hetgeen van het kind of broer/zuster geërfd is. Als de familie besluit de helft van de woning aan de achtergebleven partner te schenken dan moet er nog een keer tot wel 40% (schenk)belasting betaald worden. Als de achtergebleven partner in het huis wil blijven wonen dan zal de "schoon" familie moeten worden uitgekocht waarbij ook weer overdrachtsbelasting betaald moet worden.
Kortom er ontstaat door het ontbreken van een goede regeling een buitengewoon vervelende situatie.

De oplossing is echter eenvoudig, als jullie besluiten om samen een huis te kopen vraag dan direct aan de notaris die de overdracht verzorgt om een goed samenleefcontract met eventueel partnertestamenten voor jullie op te stellen. In deze stukken worden duidelijke afspraken gemaakt over het verdelen van gezamenlijk bezit en schuld bij uit elkaar gaan. Bij overlijden van een partner is opgenomen dat alle gezamenlijke bezittingen vanzelf overgaan op de langstlevende partner zonder dat er erfbelasting verschuldigd is. Ook wordt een regeling opgenomen rond het betalen van gezamenlijke kosten en is het partnerpensioen geregeld waardoor de langstlevende partner aanspraak kan maken op een (levenslange) pensioenregeling.

Waarom zou je een huis wel tegen brand verzekeren maar nalaten een samenleefcontract af te sluiten? Voor de fiscus wordt een samenwonend stel met samenleefcontract gelijk behandeld als een gehuwd stel. Een goed samenleefcontract met 2 goede partnertestamenten geeft een betere regeling dan de standaard wettelijke bepalingen bij een gehuwd stel. Dus bent u van plan samen een huis te kopen om daarin samen te gaan wonen neem dan contact met ons op zodat wij u kunnen helpen aan een uitstekende regeling.

2017-04-24
5%-regeling stok achter de deur bij aankoop nieuwbouw woning
Nu er na de crisis eindelijk weer nieuwbouwprojecten gerealiseerd worden is het goed om eens stil te staan bij de zogenaamde 5% regeling. In de praktijk wil het nogal eens voorkomen dat er bij oplevering van een nieuwbouwwoning een aantal gebreken wordt geconstateerd. Uiteraard is de aannemer dan verplicht deze gebreken alsnog op te lossen. Indien op dat moment de aannemer de complete koop-/aanneemsom al op zijn rekening heeft staan, wilde het wel eens zo zijn dat de aannemer geen haast maakte met het herstellen van de gebreken. Sinds 2003 is hiervoor een wettelijke regeling opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.

De bedoeling van deze regeling is het bevorderen dat de aannemer uw nieuwbouwwoning correct en zonder gebreken oplevert. Om dit te bereiken wordt 5% van de door u te betalen aanneemsom (ofwel de helft van de laatste bouwtermijn) geblokkeerd zolang de oplevering niet geheel naar uw wens is. Dit bedrag moet dus wel door u betaald worden, maar blijft bij de projectnotaris in depot staan totdat ook het laatste gebrek is opgelost. Zo blijft er een financiële stok achter de deur om de aannemer gemotiveerd te houden uw huis correct op te leveren.

In de praktijk vraagt de aannemer het bedrag wel op bij de notaris maar stelt daar dan een (doorlopende) bankgarantie tegenover. Op het moment dat het nodig is zal de notaris een beroep doen op deze bankgarantie en komt het geld weer terug.
Vlak vóór de oplevering van uw woning door de aannemer moet u de totale koop-/aanneemsom en de eventuele meerwerknota’s hebben voldaan. De laatste aanneemtermijn wordt gedeclareerd vóór de oplevering en bedraagt 10% van de aanneemsom. Als de aannemer een bankgarantie heeft gesteld maakt u de 10% naar de aannemer over. Als er geen bankgarantie is dan stort u de laatste 5% naar de projectnotaris. De oplevering en sleuteloverdracht zullen niet plaatsvinden zolang niet alle verschuldigde bedragen zijn voldaan. Op de dag van de oplevering doet u samen met een medewerker van de aannemer een inspectieronde door de nieuwe woning. U kunt zich daarbij op eigen kosten laten bijstaan door een deskundige..

Als de woning door u geheel in orde wordt bevonden, tekent u het proces-verbaal van oplevering in tweevoud.
De aannemer tekent mee en stuurt het proces-verbaal van oplevering naar de notaris. De notaris keert vervolgens drie maanden na de oplevering het depotbedrag uit aan de aannemer dan wel geeft hij de bankgarantie vrij aan de aannemer.

De 5%-regeling geldt ook voor gebreken die binnen een periode van 3 maanden na oplevering naar voren komen, ook deze nieuwe gebreken moet de aannemer dan vlot oplossen. Als bij de oplevering wel sprake is van gebreken dan worden deze vermeld op het proces-verbaal van oplevering. U hoeft geen akkoord te geven voor uitkering van de 5% aan de aannemer totdat alle gebreken zijn verholpen. Na de oplevering heeft de aannemer 3 maanden om alle gebreken die zijn geconstateerd bij de oplevering en op het opleveringsrapport zijn vermeld, te herstellen.
Als de periode van 3 maanden na de oplevering voorbij is, moet de notaris de 5% vrijgeven aan de aannemer, tenzij u de notaris voordien tijdig en schriftelijk heeft aangegeven dat dit niet mag gebeuren. In deze brief moet zijn opgenomen welke gebreken er nog zijn en of de gehele 5% moet worden vast gehouden. In verreweg de meeste gevallen zal de aannemer de gebreken vlot oplossen en wordt het depot alsnog vrijgegeven door de notaris. Mochten er toch problemen rijzen dan voorziet de 5% regeling in een arbitragevoorziening waardoor het geschil uiteindelijk tot een oplossing zal komen.

Al met al gaat het hier over complexe regelgeving, mocht u daar vragen over hebben neem dan gerust contact met ons kantoor op, wij helpen u graag verder.

2017-04-10