Samenwonen & trouwen

Relaties & Familie

Peildatum voor verrekening overgespaard inkomen bij einde samenwonen

Soms spreken echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden af dat zij overgespaard inkomen niet met elkaar zullen verrekenen zodra zij anders dan in onderling overleg niet meer samenwonen. De vraag is wat dan de peildatum moet zijn. Is dat het moment dat een van beiden de echtelijke woning verlaat? Of moet gerekend worden vanaf de datum waarop een echtscheidingsverzoek wordt ingediend bij de rechtbank?

Vorig jaar diende een dergelijke vraag voor de rechtbank Den Haag. Daar was discussie over de vraag of er sprake was van onderling overleg over het verblijf van de vertrekkende partner elders en het tijdverschil van een half jaar tussen feitelijk vertrek en ontvangen adreswijziging bij de gemeente.
 
De rechter maakte echter uit de afspraak in de huwelijkse voorwaarden op dat partners destijds ook bedoeld hebben dat zij niet meer met elkaar hoeven te verrekenen vanaf de datum waarop zij niet meer in één huis samenwonen. Het moment van inschrijving bij de gemeente op een ander adres doet daar niets aan af.
 
Wilt u meer weten over waterdichte clausules in huwelijkse voorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-08-07
Echtscheiding ook einde uitzicht op uitkering

Inventiviteit is de mens niet vreemd. Ook niet bij echtscheiding. Dat bleek maar weer eens in een door een vrouw aangevraagde en door de rechtbank uitgesproken echtscheiding, waartegen haar echtgenoot in beroep ging. Hij zag een – in zijn ogen – pensioenaanspraak in rook opgaan.

Het huwelijk was ooit op huwelijkse voorwaarden aangegaan. Het ooit gelukkige echtpaar ontving maandelijks een bedrag van de broer van de vrouw, afbetaling van een lening. Volgens de man moet die afbetaling gezien worden als een pensioenvoorziening. Hij beroept zich op een artikel in het Burgerlijk Wetboek waarin staat dat bij een verzochte echtscheiding een bestaand vooruitzicht op uitkeringen aan de andere echtgenoot het verzoek niet kan worden gehonoreerd voordat daar een voorziening voor is getroffen.
 
Echter, het betreffende artikel slaat op nabestaandenpensioen en niet op afbetalingen zoals in dit geval. Het vooruitzicht dat de man meende te hebben, is hiermee in rook opgegaan.
 
Wilt u meer weten over uitzicht op uitkeringen na echtscheiding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-05-22
Echtscheiding intrekken niet mogelijk
Het komt best wel voor dat gescheiden partners elkaar vroeg of laat weer vinden en zich met elkaar verzoenen. Om dan de rechter te vragen om de echtscheidingsbeschikking te vernietigen, gaat echter te ver. Wat kunt u wel doen?
Onlangs diende een dergelijke zaak voor het Hof. De rechtbank sprak op verzoek van een van beide partners de echtscheiding uit, de echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven. De eisende partner gaat al snel in beroep omdat de relatie inmiddels is hersteld en de echtscheidingsbeschikking niet meer nodig is. Echter, de eisende partner kreeg wat zij wilde hebben en kan volgens vaste rechtsregels dan niet in beroep gaan.
 
Wilt u dit voorkomen, dan kunt u het beste de inschrijvingstermijn van de echtscheidingsbeschikking ongebruikt laten verlopen. In dat geval verliest de beschikking zijn kracht en bereiken partners toch hetzelfde, namelijk geen echtscheiding en dus ook niet de noodzaak om te hertrouwen.
Wilt u meer weten over de procedures bij echtscheiding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-05-08
Trouwen: uitsluitingsclausule of insluitingsclausule?
Als een stel in Nederland trouwt zonder het maken van huwelijkse voorwaarden, ontstaat de algehele of wettelijke gemeenschap van goederen: het hele vermogen is dan vanaf het jawoord gemeenschappelijk.

Inmiddels heeft de Tweede Kamer ingestemd met een initiatiefwetsvoorstel om de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken. Het is de bedoeling van wetgever om het vermogen dat de echtgenoten al voor het huwelijk bezitten, privé te laten blijven. Ook moeten erfenissen en schenkingen privé blijven van een echtgenoot. Dit laatste wordt ook wel de uitsluitingsclausule genoemd.

Onder het huidige recht maken veel ouders een testament om ervoor te zorgen dat de erfenis privé blijft, dat hoeft straks dan niet meer zou je denken, tenzij het kind wil afwijken van het nieuwe wettelijke systeem en kiest voor de algehele gemeenschap van goederen.
Het maken van een uitsluitingsclausule door de ouders heeft dus nog steeds wel zin: erflaters en schenkers stellen daarmee de eigen wensen zeker.
Echtgenoten kunnen onder het huidige recht de uitsluitingsclausule niet opzij zetten door dat samen af te spreken. Wat in het testament van de ouder staat of bij de schenking is bepaald is bindend voor de echtgenoten. Dat blijft ook zo onder het nieuwe recht.

Insluitingsclausule

Onder de nieuwe wet is het ook mogelijk om bijvoorbeeld als ouder een testament te maken of een schenking te doen en juist met een insluitingsclausule te werken. Het kan namelijk soms ook aan te bevelen zijn om te bepalen dat een schenking of erfenis juist wel in de gemeenschap van goederen valt. Door de insluitingsclausule zal namelijk mogelijk minder erfbelasting verschuldigd zijn bij overlijden van betreffende erfgenaam of begunstigde.
Aan een insluitingsclausule kunnen dan ook voorwaarden worden verbonden, bijvoorbeeld dat de insluitingsclausule alleen geldt als het huwelijk eindigt door het overlijden van een echtgenoot en juist niet als er sprake is van een echtscheiding, zo blijft het geërfde vermogen van kind in ieder geval beschermd.

De Eerste Kamer heeft inmiddels ook naar het wetsvoorstel gekeken en vroeg zich af wat de gevolgen zouden zijn als echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden het ingesloten vermogen toch als privévermogen zouden aanmerken. Het wetsvoorstel is nu zo aangepast dat de echtgenoten in dit geval wel kunnen afwijken van de wens van de schenker of erflater door het maken van huwelijkse voorwaarden. Echtgenoten moet namelijk geen gezamenlijk vermogen opgedrongen kunnen worden. Als het dan toch de wens van de schenker of erflater is dat beide echtgenoten het vermogen moeten krijgen dan moeten zij dat aan hen beiden afzonderlijk nalaten of schenken.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen is het van groot belang om u goed te laten adviseren door de notaris. Echtgenoten zullen ook een goede administratie moeten gaan bijhouden. Wilt u meer weten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-04-24
Bijzondere omstandigheden, bijzondere oplossingen….

Bijna iedereen weet wel ongeveer wat een samenlevingsovereenkomst is: een overeenkomst waarin men financiële afspraken maakt met iemand waarmee een gemeenschappelijke huishouding wordt gevoerd. Meestal wordt zo'n contract door twee personen met elkaar gesloten, maar er kunnen ook situaties zijn waarin meer dan twee personen een samenlevingsovereenkomst sluiten. Er hoeft overigens ook niet altijd sprake te zijn van een liefdesrelatie, men kan ook als huisgenoten een gemeenschappelijke huishouding voeren. Bijvoorbeeld een samenlevingsovereenkomst tussen een broer en zus is ook mogelijk.

In Nederland kan iemand maar met één partner tegelijk getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben. Wat wel kan, is dat iemand die getrouwd is of geregistreerd als partner samenwoont en een samenlevingsovereenkomst sluit met een andere persoon. Dit klinkt op het eerste gezicht heel gek, maar stel u eens voor dat iemand getrouwd is en diens echtgenoot is door een ongeluk een “kasplantje” geworden of is heel erg dement en wordt permanent in een verpleeghuis verzorgd. Soms wil men dan wegens emotionele redenen niet scheiden, maar het leven gaat wel verder.
 
Stel dat die persoon weer iemand tegenkomt en een nieuwe relatie aangaat. Wil men verder gaan in die relatie maar niet scheiden, dan is een huwelijk of geregistreerd partnerschap met de nieuwe partner dus niet mogelijk. Een samenlevingsovereenkomst wèl. Er zijn dan enkele zaken om goed over na te denken, bijvoorbeeld: als iemand in gemeenschap van goederen is getrouwd blijft deze bestaan, ondanks dat hij/zij feitelijk niet meer samen is met de echtgenoot.
Dat betekent dat het eigen vermogen en het vermogen dat samen met de nieuwe partner wordt opgebouwd, in die gemeenschap van goederen valt. Dat kan voor lastige situaties zorgen. Dit zou voorkomen kunnen worden door de gemeenschap van goederen om te zetten in huwelijksvoorwaarden, maar dan moet de echtgenoot medewerking verlenen. Het invoeren van huwelijksvoorwaarden is feitelijk onmogelijk geworden als de echtgenoot niet meer daartoe in staat is, dat wil zeggen dat deze niet meer voldoende wilsbekwaam is.
 
Een ander aandachtspunt is de belasting. Volgens de belastingwetgeving kan men maar één fiscale partner hebben. Als iemand getrouwd is of geregistreerd als partner, dan is de echtgenoot/geregistreerd partner automatisch de (enige) fiscale partner. Aan die kwalificatie zijn allerlei fiscale gevolgen en voordelen verbonden, die de nieuwe partner dan dus niet kan hebben. Ook is het belangrijk na te denken over de vererving van het vermogen bij overlijden. Wat erft de echtgenoot en wat de nieuwe partner? En (indien van toepassing) de kinderen? Het is dan ook verstandig om een testament te maken, waarin deze zaken geregeld worden.
 
Hoewel het op het eerste gezicht een beetje gek klinkt, kan het dus best voorkomen dat iemand een samenlevingsovereenkomst sluit met iemand die getrouwd of geregistreerd als partner is. Er ontstaat dan wel een complexe situatie. Laat u zich goed voorlichten over de juridische en fiscale gevolgen en mogelijkheden. Wij bekijken graag samen met u welke regelingen het beste passen bij uw wensen en omstandigheden.
2017-04-17
Partneralimentatie flink op de schop
In het parlement is een wetsvoorstel over partneralimentatie aan de orde, die in de oorspronkelijke versie de mogelijkheid aan partners gaf om partneralimentatie uit te sluiten. Dit zou dan in huwelijkse- of partnerschapsvoorwaarden kunnen worden vastgelegd. Die mogelijkheid is recent uit het voorstel verdwenen.

Nu betalen ex-partners nog twaalf jaar lang partneralimentatie. Het voorstel is om die duur te beperken tot de helft van het aantal jaren dat het huwelijk heeft geduurd, met een maximum van vijf jaar.
Hoe hoog de alimentatie moet zijn, wordt berekend aan de hand van een vaste norm. Die norm is 60% van het netto gezinsinkomen minus de kosten van de kinderen. Onder de nu nog geldende regeling wordt de alimentatiebehoefte vastgesteld aan de hand van bonnetjes, afschriften en andere bewijzen van de uitgaven die de alimentatiegerechtigde had tijdens het huwelijk.
De Tweede Kamer gaat nu het wetsvoorstel verder behandelen.

Wilt u meer weten over huwelijkse- en partnerschapsvoorwaarden in het algemeen en alimentatielicht in het bijzonder? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-04-10
Ontlopen gehuwdennorm voor hogere AOW risicovol
Alleenstaande AOW’ers met een nieuwe relatie blijken nogal eens creatief om te gaan met mogelijkheden om er voor te zorgen dat toch een AOW-uitkering naar de norm voor een ongehuwde uitgekeerd blijft worden. Dat pakt niet altijd goed uit.

Onlangs speelde een zaak waarin een ongehuwde AOW’er een partner had, maar elk hun eigen leven leidde als waren zij ongehuwd. Zij zien elkaar wel regelmatig en blijven dan ook bij elkaar overnachten. Om er zeker van te zijn dat zijn partner na zijn dood goed verzorgd achterblijft, heeft hij voor haar een levensverzekering afgesloten en wil hij ook zijn erfenis laten toekomen aan zijn partner. Om dat laatste te bereiken gaan zij een geregistreerd partnerschap aan, vanuit de gedachte dat die regeling fiscaal gunstiger is dan een testament. Uit het geregistreerd partnerschap laten zij blijken dat zij zorgdragen voor elkaars huidige en toekomstige financiële situatie.

Dat laatste bijt met de stelling dat beiden een eigen leven leiden als waren zij ongehuwd en een duurzaam gescheiden leven zouden leiden. Resultaat: de AOW-uitkering wordt verlaagd naar de norm voor gehuwden.

Wilt u meer weten over een goede en sluitende regeling om uw partner verzorgd achter te laten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-03-27
Vermogenstoename betrekken bij verrekening negatief vermogen na echtscheiding
Huwelijkse voorwaarden bevatten wel eens een periodiek verrekenbeding met een vervaltermijn van een bepaald aantal jaren. Daarnaast wordt er dan wel een finaal verrekenbeding opgenomen met de voorwaarde dat er geen verrekening plaatsvindt als (een van) partners bij de echtscheiding een negatief vermogen hebben. Deze bepalingen kunnen bij echtscheiding leiden tot een meningsverschil over de uitwerking.

De vraag is of er nog wel een verrekenplicht is als een van beiden een negatief vermogen heeft. Het gaat om twee afzonderlijke bepalingen in de huwelijkse voorwaarden. De ene regelt de periodieke verrekening van de overgespaarde inkomsten, de andere de finale verrekening van vermogenstoename bij einde van het huwelijk. Vermogenstoename is pas aan de orde nadat de overgespaarde inkomsten zijn verrekend.

Als overgespaard inkomen tijdens het huwelijk niet periodiek is verrekend, gelden de wettelijke regels dat bij echtscheiding in één keer (finaal) verrekend moet worden. Zodra dat is gebeurd, kan gekeken worden of er positief of negatief vermogen overblijft.
Maar wat is dan de waarde van de vervaltermijn? De Hoge Raad maakt er korte metten mee: een vervaltermijn is bij een periodiek verrekenbeding onaanvaardbaar.

Wilt u meer weten over het periodieke en finale verrekenbeding in huwelijksvoorwaarden? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-03-20
Nieuwe relatie na einde samenleven vereist zorgvuldige regeling
Hoe belangrijk het is om bij echtscheiding in het echtscheidingsconvenant goede en vooral duidelijke afspraken te maken, tonen twee recente uitspraken van de rechter aan. Telkens weer blijken ex-partners later de afspraken verschillend uit te leggen. Of het nu gaat om verandering van omstandigheden bij een van beiden, dan wel om het al dan niet samenwonen met een nieuwe partner.

In de eerste zaak, die diende voor het Hof Den Haag, gaat het erom of de omstandigheden van de alimentatie betalende man zijn gewijzigd op de manier zoals in het convenant omschreven. Daarin hebben man en vrouw afgesproken dat bij wijziging van omstandigheden bij een van beiden de alimentatie in onderin overleg zal worden herzien. Samenleving met een nieuwe partner door de man werd van die afspraak uitgesloten. Hertrouwen door de man zou daarmee geen invloed hebben op de alimentatie.

Dat wordt anders als in de nieuwe situatie op enig moment zijn inkomen drastisch daalt. De rechter betrekt dan het principe van redelijkheid en billijkheid in zijn beoordeling. In dit geval kwam de rechter tot het oordeel dat de alimentatie naar beneden bijgesteld moet worden.

De tweede zaak diende voor het Hof Den Bosch en betreft een situatie waarin de vrouw weliswaar niet is ingetrokken in het huis van haar nieuwe partner, maar wel in een pand op diens erf verblijft. Haar ex-man wil om die reden van de te betalen alimentatie af. De vraag is of er in deze nieuwe situatie wel sprake is van samenwoning. Daarvoor is het nodig dat er sprake is van een duurzame affectieve relatie, wederzijdse verzorging, samenwoning en onderlinge verzorging.

In dit geval is er sprake van een bijzondere woonconstructie. De vrouw woont in een garage op het erf waar ook de man woont. De man woont in bij zijn zoon. Man en vrouw gebruiken hetzelfde huisnummer, dezelfde brievenbus en toegangspoort. De vrouw maakt gebruik van gas, licht en water van het huis, zonder daar een vergoeding voor te betalen.

Voor het Hof is het dan duidelijk, er is sprake van samenwoning. Dat geldt in dit geval ook voor het voeren van een gemeenschappelijke huishouding en voor wederzijdse verzorging (eten, koken, verzorging huisdieren, hulp bij ziekte enzovoort). Bovendien zijn echtgenoten en samenwoners tegenwoordig niet meer verplicht tot samenwoning. Het is heel goed mogelijk dat mensen met een duurzame, affectieve relatie samenleven “als waren zij gehuwd” en niet dag en nacht samen zijn en niet alle financiële middelen met elkaar delen.

Al met al wordt in deze situatie de te betalen alimentatie op nihil bepaald.

Wilt u meer weten over het vastleggen van afspraken in een samenlevingscontract of in huwelijkse voorwaarden (vooraf) of in een echtscheidingsconvenant? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-03-13
Steeds meer vermogen van mensen onder bewind gesteld
Steeds meer meerderjarigen staan onder een vorm van bewind. Dat betekent dat zij niet zelf hun eigen financiën kunnen beheren. Het aantal bewindvoeringen over meerderjarigen is inmiddels opgelopen tot boven de 325.000. Door die toename komt het toezicht dat rechters hierover op bewindvoerders moeten uitoefenen onder druk te staan. De Raad voor de Rechtspraak wil vanwege het belang van dit toezicht ook voldoende geld om die taak goed te kunnen volbrengen.

Wie zijn financiële belangen niet meer zelf kan behartigen, krijgt te maken met een beschermingsmaatregel. De kantonrechter legt die op en kan uit drie mogelijkheden kiezen: curatele, bewind of mentorschap. Aanleiding voor dergelijke maatregelen kunnen hoge schulden zijn of psychische problemen. Vergrijzing blijkt hierin een belangrijke “aanjager” te zijn.

Een beschermingsmaatregel van de kantonrechter gaat geaard met de benoeming van een bewindvoerder, bijvoorbeeld een familielid, een notaris of een andere professional, meestal een stichting of een bewindvoerdersbureau. De bewindvoerder moet elk jaar rekening en verantwoording over zijn of haar werk afleggen aan de kantonrechter.
Bij bewindvoering gaat het om kwetsbare mensen. Het belang van goed toezicht op bewindvoerders is daarom groot. Dat voorkomt fraude en draagt bij aan het vertrouwen van mensen in de rechtsstaat.

Wilt u meer weten over bewindvoering, curatele of mentorschap? Bel ons voor het maken van een afspraak.

2017-03-06