Samenwonen & trouwen

Relaties & Familie

Helft Nederlanders heeft geen voogdij over kinderen geregeld

Het regelen van voogdijschap over kinderen na overlijden van de ouders wordt in Nederland door maar één op de twee ouders gedaan. Dat blijkt uit een recent Monuta-onderzoek. Slechts één op de drie ouders heeft de voogdij in een testament vastgelegd. Bijna de helft van de ondervraagde mensen heeft nog helemaal niets geregeld.

Er zijn voldoende redenen waarom u de voogdij over uw kinderen tijdig regelt. Daarmee heeft u bijvoorbeeld maximale invloed op de verzorging van uw kinderen na uw overlijden. Bovendien voorkomt u dat de rechter een beslissing moet nemen over wie uw kinderen verder gaat opvoeden en verzorgen. Daarnaast voorkomt u getouwtrek om uw kinderen tussen families, Kinderbescherming en rechter.
U zorgt voor een veilige en vertrouwde situatie voor uw kinderen voor het geval ze in een dergelijke verdrietige situatie terecht komen. Tot slot stelt u daarmee ook het vermogen van uw kinderen veilig.
 
Wilt u meer weten over voogdij? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-07-23
Wel of geen schenkbelasting bij het aangaan van huwelijkse voorwaarden

Met ingang van 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd in die zin dat er geen algehele gemeenschap van goederen meer ontstaat bij het aangaan van het huwelijk. In plaats daarvan is er nu een beperkte gemeenschap van goederen waarin de echtgenoten ieder voor de helft gerechtigd zijn. Voorhuwelijkse bezittingen en schulden van een van de echtgenoten blijven privé en vallen niet in de gemeenschap. Ook erfenissen en schenkingen blijven privé. Alleen de goederen die voor het huwelijk al gezamenlijk van de echtgenoten waren en goederen die tijdens het huwelijk gezamenlijk worden verkregen vallen in de gemeenschap.

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht kan voor partners een aanleiding geven om huwelijkse voorwaarden te willen maken vóór of tijdens het huwelijk. Het maken van de huwelijkse voorwaarden kan in sommige gevallen een verschuiving van vermogen met zich meebrengen tussen de echtgenoten. Bijvoorbeeld als echtgenoten eerst buiten gemeenschap van goederen getrouwd zijn en nu willen overgaan naar een gemeenschap van goederen.
 
Bij de presentatie van het Belastingplan 2018 werden nieuwe wettelijke regels voorgesteld om te beoordelen of bij het aangaan van een huwelijk of het maken van huwelijksvoorwaarden schenkbelasting moest worden betaald. De bedoeling van deze wetgeving was om misbruik tegen te gaan door mensen die bij het aangaan van een huwelijk of het wijzigen van huwelijksvoorwaarden schenkbelasting willen ontgaan. De Tweede Kamer vond echter dat door dit voorstel te ver ging en te veel burgers zouden worden geraakt en de Staatssecretaris van Financiën heeft vervolgens het voorstel opnieuw bekeken en nu nieuw beleid bekend gemaakt.
Uit dit beleid blijkt wanneer geen sprake zal zijn van heffing van schenkbelasting, namelijk:
  1. een huwelijk aangaan zonder huwelijkse voorwaarden leidt niet tot heffing;
  2. het maken van huwelijksvoorwaarden waarbij wordt aangesloten bij het wettelijk huwelijksvermogensregime leidt ook niet tot heffing ;
  3. het maken van huwelijksvoorwaarden waarbij de echtgenoten zich over en weer verplichten om bij echtscheiding en overlijden, of alleen bij overlijden, op gelijke voet met elkaar af te rekenen conform de wet zoals die voor en na 1 januari 2018 geldt, leidt ook niet tot heffing van schenkbelasting. In dit beleid is overigens geen gelijke regeling voor samenwoners genoemd, die kunnen mogelijk een beroep doen op een brief van de Belastingdienst uit 2013;
  4. als de partners samen een eigen woning hebben en in de huwelijkse voorwaarden hebben vastgelegd dat een echtgenoot meer eigen vermogen heeft ingebracht en de ander een schuld aan de inbrengende echtgenoot heeft, is – onder voorwaarden - geen schenkbelasting verschuldigd;
  5. als partners huwelijksvoorwaarden maken waarbij wordt afgesproken een algehele gemeenschap van goederen aan te houden, maar waarbij zij verder afspreken om bij ontbinding van het huwelijk niet op gelijke basis, maar ongelijk te verdelen. Er wordt dan geen schenkbelasting geheven als de meest vermogende echtgenoot na de verdeling nog ten minste vijftig procent heeft van het gemeenschappelijk vermogen, en maximaal de gerechtigdheid die hij voordien al had. Dit geld ook als de partners niet overgaan naar een gemeenschap van goederen maar afspreken aan het eind van het huwelijk ongelijk te verrekenen.

Wilt u meer informatie over het aangaan van huwelijkse voorwaarden neem dan contact op met ons kantoor, wij helpen u graag verder!

2018-06-18
Uw kinderen belangrijk genoeg om voogdij te regelen

Uw kinderen zijn belangrijk. Daarom denkt u als ouders na over de toekomst van uw kinderen. Maar wat als die toekomst anders loopt dan u hoopt en verwacht. De wet zegt dat elk kind onder de 18 jaar juridisch niet voor zichzelf mag en kan zorgen. Dat betekent dat iedere minderjarige onder gezag moet staan. U kunt dat helemaal zelf in de hand houden, ook na uw overlijden. Daarvoor is een notarieel vastgelegde voogdijregeling nodig.

Volgens de Nederlandse wet moet elke minderjarige onder gezag staan. Dat gezag houdt in dat er één, maar meestal twee personen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van een kind. In de meeste gevallen berust dit gezag bij de ouders. Dit "ouderlijk gezag" hebben de ouders in bijna alle gevallen samen tijdens hun huwelijk of samenwoning. Na scheiding geldt dat tegenwoordig meestal ook. Dit staat bekend onder de naam "co-ouderschap".
 
Maar hoe zit dat nou als de ouders er niet meer zijn? In zo'n geval benoemt de rechter een voogd over de kinderen. De rechter luistert daarbij naar de familie van de kinderen en naar de kinderen zelf als deze ouder dan 12 jaar zijn. Verder krijgt de rechter advies van instanties voor jeugdzorg/kinderbescherming.
Op basis van alle informatie die daaruit komt neemt de rechter een beslissing en wordt iemand als voogd over uw kinderen aangewezen.
In eigen hand houden
Dat betekent dus dat u niet zeker weet wie na overlijden van u en uw partner de verantwoordelijkheid voor uw kinderen gaat krijgen. Wie gaat erop letten dat ze op tijd naar bed gaan, gezond eten, naar school gaan, met geld leren omgaan enzovoort? Kortom, wie neemt in dat geval de zorg voor uw kinderen over?
In Nederland vinden we het belangrijk dat dit goed geregeld is. Zo belangrijk zelfs, dat de mogelijkheid bestaat om zelf te bepalen wie de zorg voor uw kinderen krijgt na uw overlijden. Dat is trouwens helemaal niet ingewikkeld. Het enige dat u daarvoor hoeft te doen is bij ons een voogd van uw eigen keuze voor uw kinderen aan te wijzen en te laten vastleggen. Dat kan door een testament te maken. Het voordeel daarvan is dat u daarin ook andere dingen voor na overlijden kunt vastleggen. Maar de voogd kan ook worden aangewezen in een akte die alleen maar over de voogdij gaat.
 
Degene die u als voogd wilt aanwijzen hoeft op dat moment niets te doen. Hij of zij hoeft geen handtekening te zetten en geen toestemming te geven. De beoogde voogd hoeft strikt genomen zelfs helemaal niets van de voogdbenoeming te weten! Hoewel het natuurlijk wel verstandig is om vooraf aan de door u gewenste voogd te vragen of hij/zij dat wel wil en kan.
Met zo'n voogdbenoeming kunt u eventueel ook een aantal persoonlijke wensen laten vastleggen. Bijvoorbeeld of u vindt dat uw kinderen bij elkaar moeten blijven. Of dat iemand anders dan de voogd verantwoordelijk wordt voor de financiën van uw kinderen. Daarnaast is het mogelijk om niet één, maar twee personen als voogd aan te wijzen.
 
Uw kinderen zijn belangrijk genoeg om de voogdij te regelen. Voor u is het daarbij goed om alle informatie te hebben over wat kan en wat niet kan. Wij weten er gelukkig alles van. Wilt u meer weten of een afspraak maken? Bel ons of gebruik onderstaande mogelijkheid zodat wij contact met u kunnen opnemen.
2018-05-21
Schuld meerinbreng bij koop huis wel of niet in gemeenschap van goederen

Het gebeurt vrij regelmatig dat samenwoners een huis kopen, elk voor de helft daarvan eigenaar worden, maar dat de een meer geld inbrengt voor de aankoop dan de ander. Degene die meer geld inbrengt krijgt dan een vordering op zijn of haar partner. Die vordering bedraagt de helft van de meerinbreng. Als zij nu (2018 of later) trouwen zonder huwelijksvoorwaarden te maken, gebeurt dat op basis van de nieuwe regels in het huwelijksvermogensrecht in beperkte gemeenschap van goederen. De vordering blijft buiten de gemeenschap, maar de schuld valt wel in de gemeenschap. Wie dat niet wil, heeft huwelijkse voorwaarden nodig.

Onder de nieuwe wettelijke huwelijksgoederenregels valt de vordering niet in de beperkte gemeenschap van goederen, maar de schuld wel. Dat kunt u voorkomen met huwelijkse voorwaarden en daarin weliswaar de beperkte gemeenschap overeenkomen, maar ook regelen dat de betreffende schuld buiten de gemeenschap valt. Het ministerie van Financiën heeft op dit onderdeel bepaald dat er in dit geval geen sprake is van schenking.
 
Wilt u meer weten over het (deels) afwijken van de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-05-14
Voorkom onderbewindstelling met levenstestament

Wilt u voorkomen dat uw vermogen onder bewind wordt gesteld van iemand die u daar zelf niet voor zou hebben uitgezocht, voor het geval u zelf niet meer in staat zou zijn om daarover beslissingen te nemen? Zorg er dan voor dat u een levenstestament heeft laten opmaken. Daarin geeft u een algemene volmacht aan iemand die naar uw mening instaat is om uw belangen te behartigen.

U kunt in uw levenstestament ook nadrukkelijk opnemen dat u niet onder curatele wilt worden gesteld of dat er bewind over uw goederen wordt ingesteld. Als er dan ooit verschil van mening zou ontstaan over de wenselijkheid toch bewind over uw vermogen in te stellen, geeft u met het levenstestament de rechter een duidelijk instrument in handen om dergelijke verzoeken af te wijzen.
 
ilt u meer weten over het maken van een levenstestament en de vele wensen die u daarin kunt laten vastleggen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-05-07
Samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst is voor eigen risico

Telkens opnieuw blijkt uiteindelijk voor de rechter dat het niet zo slim is om samen te wonen zonder samenlevingscontract. Het levert vrijwel altijd geschillen op tussen partners als zij uit elkaar gaan.

Het Hof Den Bosch werd onlangs weer geconfronteerd met een dergelijke zaak. De man heeft gedurende de samenwoning alle premies betaald van de levensverzekering die was gekoppeld aan een gezamenlijke hypotheekschuld. Hij had ook een flink bedrag in de gezamenlijke woning geïnvesteerd. Nu, aan het einde van de rit, wilde hij geld zien van zijn inmiddels ex-partner.
Uit de stukken bleek echter dat hij in staat was gesteld om carriere te maken en inkomen op te bouwen, gedurende welke tijd zijn partner voor het huishouden en de kinderen zorgde. De man betaalde dan ook de premies op de polis waarin beiden verzekerden en begunstigden zijn. Omdat dit gedurende lange tijd zo is geweest, ging de rechter uit van een stilzwijgende overeenkomst op dat terrein, althans wat betreft de levensverzekering en de hypotheekrente. Rekening man dus.
 
Bij de investering en de aan de hypotheeklening gekoppelde polis ligt dat genuanceerder. De waarde van de polis wordt bij de waarde van het huis opgeteld. Minus de hypotheekaflossing blijft er een bedrag over dat kleiner is dan de investering die de man ooit gedaan heeft. Dat weliswaar kleinere bedrag kan vanuit de gemeenschap aan de man ten goede komen. Hij lijdt dan nog steeds een verlies. Zonder samenlevingsovereenkomst is er echter geen grond – behalve redelijkheid en billijkheid – waarop de man iets van zijn ex-partner kan vorderen.
Het Hof ziet in dit geval ook redelijkheid en billijkheid niet als grond. Partijen hebben ooit afgezien van het aangaan van een samenlevingsovereenkomst. Daarin wordt meestal opgenomen dat bij een gezamenlijke woning, de partner die meer heeft bijgedragen dan de ander een vordering op die ander heeft voor de helft van het verschil. Hadden partijen dat wel gedaan, dan zou elk van hen voor de helft delen in de waardeschommeling (zowel winst als verlies). De keuze om zonder samenlevingsovereenkomst samen te wonen is een keuze van partijen en daarmee voor hun eigen risico
 
Wilt u meer weten van het voorkomen van dit soort geschillen en risico's in een goed samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-04-23
Vergoedingsrecht bij beëindiging samenwonen meestal niet geoorloofd

Soms komen opmerkelijke afspraken voor in een samenlevingsovereenkomst. Een daarvan is de afspraak dat in geval de samenwoning anders dan door overlijden dan wel huwelijk tussen beide partners wordt verbroken, de ene partner de andere partner voor ieder samengewoond jaar een bedrag vergoedt. De vraag is of een dergelijke afspraak nietig is, in strijd met de goede zeden.

Met de afspraak wordt aan een van beide partners een in tijd oplopende boete opgelegd voor het geval de samenwoning wordt verbroken. Is er dan sprake van een onzedelijk beding of valt de afspraak onder de contractvrijheid van samenwonende meerderjarigen. Beiden wisten immers wat zij ondertekenden.
 
In een zaak voor de rechtbank Rotterdam kwam de aap uit de mouw. De man kreeg door de samenwoning een verblijfsvergunning voor een jaar, reden voor de vrouw om het gewraakte samenlevingscontract te sluiten. Daarmee wilde zij voorkomen dat hij na vijf jaar, als zijn verblijfsvergunning was omgezet naar onbepaalde tijd, zou vertrekken.
Het beding is volgens de rechter in strijd met de vrijheid van de man zelfstandig te beslissen over het samenwonen met de vrouw. Een beslissing daarover hoort in volle vrijheid te kunnen worden genomen. Bovendien was in dit geval te verwachten dat de man het vergoedingsbedrag nooit zou kunnen betalen. Daarmee was het beding nietig.
 
Een vergoedingsbeding is op zichzelf niet ongeoorloofd is. Het gaat om het motief dat bij de afspraak van toepassing was. Als een motief zou ontbreken, zou een dergelijk beding mogelijk wel geoorloofd kunnen zijn.
 
Wilt u meer weten over de houdbaarheid van afspraken in een samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-04-16
Gemakkelijke weg naar gemeenschap van goederen is risico voor wie trouwen

Nog maar net is bij wet afgestapt van de algehele gemeenschap van goederen als u gaat trouwen. Als u niets regelt bent u tegenwoordig in beperkte gemeenschap van goederen getrouwd. Dat betekent dat alles wat u voor het huwelijk aan bezittingen en schulden had, van uzelf blijft. En nu al wil de overheid – als u toch voor volledige gemeenschap van goederen wilt kiezen – het u gemakkelijk maken met een simpele verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Of u daarmee ook risico's loopt die u niet kent of niet kunt overzien zijn vragen die de ambtenaar van de burgerlijke stand niet kan beantwoorden. Het parlement gaat zich over dit nieuwe voorstel buigen.

Het kabinet wil de keuze voor de algehele gemeenschap zo eenvoudig mogelijk te maken, maar ook het beslag op de ambtenaar van de burgerlijke stand beperkt te houden. Dat zou betekenen dat u – als u gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat – tot één werkdag daarvoor een door u beiden ondertekende modelverklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand moet indienen. Uit die verklaring moet dan blijken blijkt dat u kiest voor de algehele gemeenschap. Dan gelden voor u de regels zoals ze vóór de wetswijziging per 2018 golden.
 
Nadeel van deze benadering is dat de ambtenaar van de burgerlijke stand geen informatieplicht over de algehele gemeenschap van goederen tegenover u heeft, en de expertise over de gevolgen van uw keuze bij de notaris ligt. Die heeft ook een bijzondere zorgplicht en is onderworpen aan tuchtrecht. Daar profiteert u alleen van als u de notaris ook daadwerkelijk inschakelt. Het is dan ook uw eigen verantwoordelijkheid en vrijheid om u te laten informeren over de gevolgen van uw keuze.
 
Wilt u het risico van een verkeerde keuze niet lopen of meer weten over deze regeling? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-04-09
Verplichting in samenlevingscontract geldt ook na overlijden

Als een van de partners – voordat hij of zij ging samenwonen – een wettelijke nabestaandenuitkering genoot, komt het voor dat in het notariële samenlevingscontract een bepaling wordt opgenomen, dat de andere partner na beëindiging van de samenleving, anders dan door overlijden van een van beiden, zich verplicht om die partner dan tot het bereiken van de pensioenleeftijd een maandelijks bedrag uit te keren. Meestal zijn daar wel voorwaarden aan verbonden.

In een recente zaak voor het Hof Den Bosch betroffen die voorwaarden dat de uitkering zou vervallen als de begunstigde partner trouwt of (opnieuw) gaat samenwonen, en dat eventuele eigen inkomsten uit sociale voorzieningen van de uitkering zouden worden afgetrokken. Na beëindiging van de samenleving was netjes uitvoering gegeven aan de afspraak. Na het overlijden van de betalende partner ontstond verschil van mening tussen diens erfgenamen en de ontvangende partner over de vraag of de uitkeringsverplichting daarmee ook was beëindigd. De Rechtbank vond van wel, het Hof denkt er anders over.
 
Er moet gekeken worden naar de bedoeling van beide partners bij het sluiten van de samenlevingsovereenkomst. Het Hof leidt uit de eerste afspraak dat zij een aan alimentatie-gelijke verplichting wilden creëren. Echter, het Hof leidt uit de omschrijving van de betalingen af dat er sprake is van een lijfrente. Bovendien heeft de notaris die de akte heeft getekend in een brief vastgelegd dat partijen bedoelden dat de uitkering niet zou stoppen bij overlijden van de betalende partner. Voor het Hof is dat voldoende om vast te stellen dat de verplichting ook na het overlijden van de betalende partner blijft doorlopen.
 
Wilt u meer weten over vergelijkbare afspraken in een samenlevingscontract? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-04-03
Discussie over wilsbekwaamheid voorkomen met tijdig levenstestament

Aan de notaris wordt wel eens de vraag voorgeschoteld of iemand nog wel een levenstestament of volmacht kan opstellen. Vaak wordt deze vraag dan gesteld door bijvoorbeeld een kind, een partner of een naaste die de ander ondersteunt in het dagelijks leven omdat er bij die persoon bijvoorbeeld een diagnose dementie is vastgesteld, een beroerte is geweest of een ernstig ongeluk.

Als een dergelijke vraag wordt gesteld zal de notaris altijd moeten nagaan of iemand nog wilsbekwaam is of dat niet meer is. Het notariaat heeft om dat te beoordelen een speciaal stappenplan ontwikkeld. De persoon in kwestie dient immers zelf in staat te zijn om beslissingen te nemen en de gevolgen daarvan te overzien op bijvoorbeeld financieel of medisch gebied.

Uitgangspunt is dat iemand wilsbekwaam is totdat het tegendeel blijkt. Als iemand de diagnose dementie heeft gekregen of als iemand een beroerte heeft gehad betekent dat niet automatisch dat diegene direct niet meer wilsbekwaam is. Als je er op tijd bij bent kan diegene nog veel zaken zelf regelen.
De notaris zal met de persoon “onder vier ogen” een gesprek hebben zodat eventuele beïnvloeding door derden kan worden beperkt. In dat gesprek zal de notaris aan hem of haar vragen om in de eigen woorden te vertellen wat hij of zij graag geregeld en vastgelegd wil hebben. Ook kan worden gevraagd of hij of zij kan omschrijven wat de gevolgen kunnen zijn als er niets wordt vastgelegd. Vaak kan zo'n gesprek ook in de eigen woonomgeving worden gevoerd, daar is men het meest op zijn gemak. Als blijkt dat iemand het niet helemaal begrijpt of vergeetachtig is en dus onvoldoende of niet kan vertellen wat hij wil zal de notaris de akte niet kunnen tekenen. Wel kan de notaris nog een gespecialiseerde arts (dus niet de huisarts of een behandelend arts ) om een psychiatrisch/geriatrisch oordeel vragen. In het door de arts opgestelde rapport staat of de persoon nog wilsbekwaam is en in staat een akte op te stellen.
Als toch sprake is van wilsonbekwaamheid kan er geen testament of levenstestament meer worden gemaakt en resten er drie mogelijkheden om diegene nog te vertegenwoordigen. Dit kan dan door bij de kantonrechter een verzoekschrift in te dienen om als bewindvoerder, curator of mentor te worden benoemd. Wie dat wordt, daar heeft u dan zelf geen invloed meer op. Het ook niet altijd zo dat de kantonrechter automatisch de partner of de kinderen benoemt. De benoemde beschermingsbewindvoerder beheert het geld en de goederen van de betrokkene. De mentor beslist over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de betrokkene.

Om zelf de regie te houden over hoe u de zaken geregeld wilt hebben en wie dat dan voor u mag doen als uw vertegenwoordiger is het dus zaak om tijdig naar de notaris te gaan.

Wat kunt u regelen in uw levenstestament?

In het levenstestament wijst u iemand aan die namens u beslissingen mag nemen als u daar zelf niet meer toe in staat bent (de gevolmachtigde). Als de volmacht nodig is omdat u zelf niet meer in staat bent om uw belangen te behartigen en er ook geen vooruitzicht is dat het beter wordt, kunt u het beste een algemene volmacht geven. De gevolmachtigde mag onder meer uw bankzaken regelen, vermogen beleggen, een woning aan of verkopen, belastingaangiften regelen, verzekeringen afsluiten en eventueel schenkingen doen.

Ook kunnen allerlei zaken over de geneeskundige behandelovereenkomst worden vastgelegd. De gevolmachtigde mag onder meer beslissen over geneeskundig onderzoek of behandelingen, mag het medisch dossier inzien en mag beslissen over het doorgeven van medische gegevens aan anderen.
Naast het vastleggen van de volmacht kunt u in het levenstestament ook een niet-behandelen/of een niet reanimeren afspraak vastleggen.

De notaris staat bij het ondertekenen van de akte garant voor de bewijskracht van de akte en de opname in een landelijk register, de wil van de persoon en de wilsbekwaamheid van de persoon. Opname in een landelijk register heeft als groot voordeel dat de akte niet zoekraakt en landelijk opvraagbaar is.

Wilt u meer informatie over het levenstestament neem dan contact op met ons kantoor, wij helpen u graag verder!

2018-03-12