Ondernemingen

Ondernemen & Bedrijf

Afschermen woonadres in handelsregister op verzoek mogelijk

Wie zich als btw-ondernemer met een eenmanszaak of een personenvennootschap (maatschap, vof) bij de Kamer van Koophandel inschrijft, moet er rekening mee houden dat zowel het bezoekadres van zijn bedrijf en zijn woonadres in de openbare registers worden ingeschreven. In de Tweede Kamer werden met het oog op de privacy vragen gesteld over mogelijk risico op identiteitsfraude. Het kabinet heeft daarvoor echter geen aanwijzingen.

Registratie van beide adressen is noodzakelijk omdat de betreffende ondernemers zowel zakelijk als persoonlijk aansprakelijk zijn voor schulden van de onderneming. Met de openbare registratie wordt de rechtszekerheid in het economische verkeer gediend.
Een ondernemer kan echter wel aan de Kamer van Koophandel vragen om zijn woonadres af te schermen. Als dat verzoek wordt gehonoreerd, is het woonadres alleen nog te achterhalen door daartoe bevoegde organisaties, waaronder notarissen
 
De staatssecretaris van financiën voegt er nog aan toe dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is voor de afdracht van btw, maar dat er niet meer gegevens worden verwerkt dan voor dat doel noodzakelijk is. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat zowel het btw-identificatienummer en het BSN nummer geen gegevens in het handelsregister zijn en daarmee ook niet openbaar zijn.
 
Wilt u meer weten over de regels en inschrijvingen bij het oprichten van een onderneming? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-05-21
Vergoeding aan pachter na onteigening gepacht perceel alleen op basis van de wet

Bij onteigening van verpachte grond komt er een einde aan het pachtrecht. Het pachtrecht vervalt met inschrijving van het onteigeningsvonnis in het Kadaster. De verpachter heeft recht op vergoeding van de werkelijke waarde van de grond. Hoe zit het met de pachter?

De Hoge Raad boog zich in een cassatieprocedure over de vraag of de pachter vermogensschade lijdt door beëindiging van de pachtovereenkomst door onteigening, nu de pachter de in de regio gebruikelijke vergoeding tussen afgaande en opkomende pachter van € 1,00 per m2 misliep.

De rechter in eerste aanleg oordeelde dat er rekening moet worden gehouden met deze vermogensschade en dat deze moet worden vergoed aan de pachter.
De Hoge Raad heeft echter beslist dat de pachter geen vermogensschade leed omdat een pachter geen rechthebbende op een onteigende zaak is vanwege het feit dat een pachtrecht geen beperkt zakelijk recht is dat afzonderlijk kan worden onteigend. Wel kan het mislopen van de voormelde vergoeding mogelijk inkomensschade opleveren, indien de schade in redelijkheid als een gevolg van de onteigening kan worden aangemerkt. Echter kan de schade alleen op basis van een wettelijke regeling die speciaal hiervoor geldt worden bepaald. Bij de vaststelling daarvan wordt gekeken naar de toestand waarin de pachter zou worden gebracht als de onteigening buiten beschouwing zou blijven. Bij vaststelling van de vergoeding tellen echter ook de voordelen mee die de pachter bij onteigening eventueel heeft genoten.

Wilt u meer weten over overdracht van pacht en de gevolgen daarvan? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-05-14
Zakelijke motieven leidend bij splitsing onderneming

Bedrijfsoverdrachten gaan nogal eens gepaard met wijziging van de bestaande ondernemingsstructuur. Voorbeelden daarvan zijn de overdracht van slechts een deel van het bedrijf of het voorafgaand aan de overdracht scheiden van ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen. Hoe moeten de van toepassing zijnde splitsingsfaciliteiten in dergelijke gevallen worden toegepast?

De splitsingsfaciliteiten zijn bedoeld om ondernemers in staat te stellen dergelijke structuurwijzigingen zonder heffing van vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting en overdrachtsbelasting te laten verlopen. Wilt u de faciliteiten toepassen, moet u wel aan voorwaarden voldoen.
Een van die voorwaarden is dat de splitsing moet zijn ingegeven door zakelijke motieven, die moeten de hoofdmoot van de motieven vormen. Daarom is het van belang om toepassing altijd eerst met de fiscus af te stemmen.
 
Zo diende vorig jaar een zaak voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin uiteindelijk de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting wel werd toegekend, maar die in de overdrachtsbelasting niet. Dat kwam omdat de aandelen van de afgesplitste vennootschap binnen drie jaar na de splitsingsdatumwaren verkocht. Daarmee vervielen in dit geval de zakelijke overwegingen die ten grondslag lagen aan de splitsing. Dit kan anders zijn indien het tegendeel kan worden aangetoond. Het enkele feit dat de splitsing plaats vindt in het kader van een verkoop van een gedeelte van een onderneming is voor de rechtbank niet voldoende om zakelijke motieven aan te nemen.
 
Wilt u uw onderneming gaan overdragen en voorziet u daarbij een splitsing? Weet dan dat de Belastingdienst scherp kijkt of de motieven voor splitsing echt zakelijk zijn dan wel alleen de schijn wekken dat te zijn. Wilt u hier meer over weten? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-04-30
Ontslagvergoeding in stamrecht-BV kan probleem opleveren

Heeft u in het verleden een ontslagvergoeding in een stamrecht-BV gestald? Dat kan u opbreken zodra u uw (aanvullend) pensioen hieruit moeten halen, terwijl het geld er niet meer is. Als het geld van de BV eerder is besteed aan privézaken, kunt u uw pensioen niet meer aanvullen met gelden uit de BV. Wél zult u nog met de fiscus moeten afrekenen. U bent er namelijk nog wel inkomstenbelasting over verschuldigd!

Dit probleem wordt regelmatig gesignaleerd door accountants en administratiekantoren. Een ontslaguitkering wordt onbelast in een stamrecht-BV gestort en later, als de (aanvullende) pensioenuitkering zal worden uitgekeerd zou u dan in het lage belastingtarief vallen. Maar als het geld al is opgemaakt, krijgt u met een IB-aanslag te maken over het tarief dat in de jaren van opname voor u gold. U krijgt alleen geen aanslag als de BV het geld heeft gebruikt voor beleggingen terwijl die beleggingen uiteindelijk niets hebben opgeleverd.
 
Voor de Belastingdienst gaat het erom of u in de BV zakelijk of onzakelijk met het beschikbare geld bent omgegaan. Zo is het bijvoorbeeld geen probleem als u geld uit de stamrecht-BV aan uzelf uitleent en u die lening aflost en er een normale rente over betaalt. Als u zonder het vast te leggen geld uit de BV haalt en daar privé dingen mee gaat doen, zal er bij het bereiken van de pensioenleeftijd geen of te weinig geld zijn om de belastingclaim te doen innen door de fiscus.
 
Loopt u tegen dergelijke problemen aan of verwacht u ze in uw situatie? Ga tijdig in gesprek met de Belastingdienst voor een hanteerbare oplossing.
2018-04-16
Aandeelhouders kunnen geen agendapunten afdwingen

In een recente conclusie van de advocaat generaal is antwoord gegeven op de vraag of een aandeelhouder een onderwerp op de agenda op de algemene vergadering van aandeelhouders kan afdwingen. Aandeelhouders hebben het recht om punten voor de agenda van de aandeelhoudersvergadering aan te dragen. Het bestuur en de raad van commissarissen stellen uiteindelijk de agenda vast.

Het bestuur en de raad van commissarissen zijn niet verplicht een stemming te agenderen over een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoort. In de zaak waarop het advies van de advocaat-generaal van toepassing is, ging het om een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoorde. Dat neemt overigens niet weg dat je er dan wel over van gedachten kan wisselen.
 
Aanleiding tot deze vraagstelling is het verzoek van een aandeelhouder om de bespreking van het onderwerp af te ronden met een stemming. Het ging weliswaar om een niet-bindende stemming – het ging niet over een bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering – die kon worden gezien als een aanbeveling.
Het bestuur en de raad van commissarissen willen uiteraard niet voor de voeten gelopen worden met een uitkomst van een hen onwelgevallige stemming, ook al gaat het maar om een aanbeveling. Dat was voor het bestuur en de raad van commissarissen reden om het onderwerp niet te agenderen.
 
De advocaat generaal meent dat het afdwingen van deze stemming niet uit de wet kan worden afgeleid en ook niet uit de EU richtlijn die op dat punt van toepassing is. Het is overigens nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak gaat doen in deze zaak en of zij de advocaat generaal zal volgen.
 
Wilt u meer weten over uw rechten als aandeelhouder of over uw mogelijkheden als bestuur of raad van commissarissen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-03-26
Nieuw huwelijksvermogensrecht heeft gevolgen voor ondernemers

Vanaf 2018 trouwen, zonder huwelijkse voorwaarden, betekent dat je gaat trouwen in een beperkte gemeenschap van goederen. Dat is een gemeenschap van goederen die van toepassing is op wat gedurende het huwelijk wordt opgebouwd en privévermogen van daarvóór of ontstaan gedurende het huwelijk door het ontvangen van een erfenis.

Ook voor bestaande situaties gaat er nogal wat veranderen. Als u binnen een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden een onderneming drijft die uw eigendom is, dan moet u een redelijke vergoeding voor kennis vaardigheden en arbeid in de gemeenschap laten vloeien. De gedachte daarachter is dat wat tijdens het huwelijk wordt verdiend, in de gemeenschap dient te vallen.
Achteraf in een echtscheidingsprocedure uitleggen dat de gehanteerde vergoeding een redelijke is zal niet meevallen. Door vooraf huwelijkse voorwaarden te maken kunt u deze discussie voorkomen.

Verder ontstaat – als u goederen gemeenschappelijk heeft, maar niet op fifty-fifty basis – het risico dat de beperkte gemeenschap de onderlinge verhouding opzij zet naar wel een fiftu-fifty verhouding. De bewust gekozen afwijkende aankoopverhouding kan teniet worden gedaan.
Ook ontstaat nog de mogelijkheid dat vergoedingsrechten in de gemeenschap van goederen worden getrokken. Daarmee verliest uw partner – de vergoedingsgerechtigde – de helft van zijn of haar vordering.
Om te voorkomen dat privé vermogen zich mengt met gemeenschappelijk vermogen zal er een goede administratie moeten worden bijgehouden om te voorkomen dat er bij echtscheiding als nog moet worden gedeeld. Eenvoudiger wordt het allemaal niet, laat u tijdig en goed voorlichten!

Wilt u meer weten over het verdelen van ondernemingsvermogen bij echtscheiding? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-03-12
Meer eenmanszaken in Nederland

Eind 2017 telde ons land substantieel (5%) meer bedrijven dan een jaar eerder. De eenmanszaken nemen daarvan het leeuwendeel voor hun rekening: 79.500. Dat blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee wordt de lijn van de afgelopen jaren verder doorgezet.

Sinds 2007 zijn er in totaal bijna 600.000 bedrijven bijgekomen, het merendeel daarvan zijn eenmanszaken. In totaal zijn er al jarenlang meer dan één miljoen eenmanszaken. Het aantal kleine bedrijven – 2-10 medewekers – daalt daarentegen al jaren, de laatste vijf jaar met ongeveer 20.000.
 
De oprichting van een eenmanszaak is vrij eenvoudig. Het is vormvrij. Dat betekent dat u geen oprichtingsakte hoeft laten maken en geen statuten nodig heeft. Wel moet u uw onderneming laten inschrijven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Dat geldt ook voor mensen met een vrij beroep! Principe van de eenmanszaak is dat die door één persoon wordt opgericht en gedreven: door u.
 
Sinds de komst van de flex-BV zetten veel eenmanszaken hun rechtsvorm om in een flex-BV. Of dat zinvol of wenselijk is hangt af van de winst die u maakt, van de risico's die u bijvoorbeeld in uw privé-aansprakelijkheid wilt lopen en van de juridische gevolgen op andere privéterreinen als uw gezin en familie. De omzetting van een eenmanszaak in een BV heeft fiscale gevolgen, maar ook gevolgen voor uw privé situatie.
 
Wilt u meer weten over het oprichten van een eenmanszaak of het omzetten van een eenmanszaak in een BV? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-02-12
Waardedaling eenmanszaak na echtscheiding is risico ondernemer

Het komt regelmatig voor dat ex-partners na echtscheiding twisten over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Uiteindelijk moet de rechter er dan aan te pas komen. Zo ook in een situatie waarin een van de partners ten tijde van het huwelijk een eenmanszaak voerde, die na de echtscheiding sterk in waarde daalde. Gevolg: onenigheid tussen beide partners wie dat verlies zou moeten dragen.

Het Hof Den Haag stelt dat activa van een eenmanszaak onderdeel zijn van de ontbonden gemeenschap. Noch in de wet, noch in de jurisprudentie worden redenen gegeven om voor de waardering van de activa af te wijken van de wettelijke verdeling. Dat betekent dat de waarde geldt die de eenmanszaak had op het moment van de echtscheiding.
 
Verlies dat tussen de datum van echtscheiding en de feitelijke verdeling wordt gelden, is voor rekening van de ondernemende ex-partner. Per datum echtscheiding eindigt immers ook de vermenging van de bezittingen en schulden van beide partners. Verlies of winst na die datum heeft geen invloed meer op de verdeling van de gemeenschap.
 
Een dergelijke situatie kan worden voorkomen als de ondernemende partner direct na de echtscheiding de onderneming zou staken en liquideren. Voor vaststelling van de omvang van de schuld van de onderneming moet worden uitgegaan van de datum van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Bij directe staking en liquidatie van de onderneming zou alleen de opbrengst van de activa na verkoop in de verdeling worden betrokken, naast de hoogte van de schuld op de datum van de ontbinding van de gemeenschap.
 
Wilt u meer weten over de gevolgen van staking of voortzetting van een eenmanszaak na echtscheiding? Bel ons voor een afspraak.
2018-01-22
Ondernemers veranderen nauwelijks van rechtsvorm

Als ondernemers eenmaal een rechtsvorm hebben gekozen, veranderen ze deze zelden. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB). Alleen IB-ondernemers met hogere winstinkomens stappen soms over naar een vennootschap.

Het CPB heeft gekeken naar de belastingdruk van personen die voor de inkomstenbelasting worden gezien als ondernemers (IB-ondernemers) en directeur-grootaandeelhouders (dga's). Daarbij is gekeken naar de rechtsvorm van ondernemingen tussen 2007 en 2014. De eerste keuze voor een rechtsvorm blijkt vaak de definitieve keuze.

Van IB naar dga

Uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 1 procent van de ib-ondernemers drie jaar later dga is geworden. Bij inkomens boven de 75.000 euro ligt dat percentage hoger: 3 procent. De omgekeerde weg wordt vooral bewandeld door dga's met een inkomen tot 75.000 euro: van hen kiest 5 procent er voor om door te gaan als ib-ondernemer. Dat neemt snel af bij hogere inkomens.

Motieven

De keuze om over te stappen op een andere rechtsvorm voor de onderneming is afhankelijk van vele factoren. Naast fiscale motieven spelen ook risico en aansprakelijkheid, kostenoverwegingen zoals administratie, pensioen- en vermogensopbouw en bedrijfsopvolging een rol.

2018-01-08
Recht op informatie bij aandeelhoudersconflict

Conflicten binnen een besloten vennootschap zijn vaak hele lastige conflicten, vooral omdat vaak de emotie die schuil gaat achter het feitelijke conflict de verhoudingen tussen de aandeelhouders zo op scherp zet. Veel aandeelhoudersconflicten gaan over verstrekte informatie en soms ook over de informatieverstrekking zelf.

Het bestuur van een besloten of naamloze vennootschap is gehouden de algemene vergadering alle inlichtingen te verschaffen wanneer zij daarom vraagt, tenzij zwaarwichtige belangen van de vennootschap zich daartegen verzetten. Wie heeft recht op welke informatie en hoe makkelijk kan de vennootschap besluiten bepaalde informatie wel of niet te willen delen?
 
Volgens de Hoge Raad hebben alle aandeelhouders het recht om vragen te stellen tijdens de algemene vergadering en is het bestuur verplicht alle vragen te beantwoorden. Buiten vergadering om is het bestuur daar niet toe verplicht.
De hiervoor aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad ziet echter op een beursgenoteerde vennootschap. De vraag is dan ook of een dergelijke uitspraak een op een kan worden doorgelegd naar een besloten vennootschap. Bij een besloten vennootschap kan het zo zijn dat de rechten en de verplichtingen van aandeelhouders heel anders zijn dan de rechten en verplichtingen van aandeelhouders van een beursgenoteerde vennootschap. Een goed voorbeeld daarvan zijn familiebedrijven.
 
De Ondernemingskamer van het Hof Amsterdam heeft daar recent nog haar oordeel over geveld, de Ondernemingskamer oordeelde dat op het bestuur een bijzondere zorgplicht rust tegenover de minderheidsaandeelhouder die niet ook een bestuurder is. Met name tegenover die minderheidsaandeelhouder die niet ook bestuurder is, dient meer openheid te worden gegeven, met name ook met betrekking tot informatie waarop de aandeelhouder in beginsel geen recht heeft.
In dit specifieke geval gold dat nog meer dan anders, omdat de informatieverstrekking in de aandeelhoudersovereenkomst met zoveel woorden is vastgelegd. Daarnaast heeft deze aandeelhouder ook recht op informatie buiten de algemene vergadering om, gelet op het besloten karakter van de besloten vennootschap.
 
Leg de rechten op verstrekking van informatie vast in de aandeelhoudersovereenkomst en voorkom in een situatie als deze verzeild te raken!
2017-12-11

 

Vereniging & stichting

Vereniging kan niet over één nacht ijs bij ontzetting of opzegging lidmaatschap

Soms is een bestuur helemaal klaar met een of meer leden vanwege hun gedrag. Misschien herkent u het vanuit uw eigen omgeving. Maar het is niet zo eenvoudig om die leden te ontzetten uit hun lidmaatschap of hun het lidmaatschap te ontzeggen. Er is onderscheid tussen die laatste twee. En dan nog spelen meer criteria een rol.

Statuten, redelijkheid en billijkheid spelen een belangrijke rol bij de beoordeling van een voorgenomen ontzetting of opheffing van lidmaatschap. Rechten en verplichtingen van de leden blijken uit de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging. In de wet staat dat de vereniging en haar leden zich tegenover elkaar en onderling behoorlijk behoren te gedragen; dat wordt in de wet aangevuld met de voorwaarde “wat in redelijkheid en billijkheid” van elkaar mag worden verwacht.
 
Ontzetting is doorgaans – blijkend uit statuten of regelementen van verenigingen – alleen mogelijk als een lid handelt in strijd met de statuten of reglementen, of zich ontoelaatbaar gedraagt ten opzichte van het bestuur of andere leden. Het is een tuchtrechtelijke maatregel, die alleen als uiterste middel kan worden toegepast. Hetzelfde kan worden bedoeld als in de statuten of reglementen de mogelijkheid van royement is opgenomen. Royement wordt in de jurisprudentie en in het hedendaagse spraakgebruik gelijkgesteld aan ontzetting uit het lidmaatschap.
 
Opzegging is iets anders. Het is een minder vergaande maatregel dan ontzetting. Opzegging door de vereniging is mogelijk als van een vereniging niet langer kan worden gevraagd het lidmaatschap te laten voortduren. De wet biedt deze mogelijkheid uitdrukkelijk. Of opzegging redelijk is hangt af van de vraag of een vereniging in de gegeven omstandigheden in alle redelijkheid al dan niet tot opzegging zou mogen overgaan. De wet geeft het bestuur de vrijheid om – weliswaar – in alle redelijkheid – tot een dergelijk besluit te komen.
 
Een verenigingslid heeft het recht heeft om zijn mening te uiten, maar dat moet dan wel gebeuren binnen de kaders van de wet, te weten dat de leden zich tegenover het bestuur en onderling behoorlijk behoren te gedragen. Als het gedrag meerdere keren negatieve effecten heeft gehad op de bestuursleden en leden en bijvoorbeeld bijdragen aan het creëren van tegenstellingen, dan wordt de grens overschreden. Het functioneren van een vereniging kaan daardoor nogal moeizaam worden. Ook onverenigbaarheid van karakters kan daaraan bijdragen. Dat zijn allemaal aspecten op grond waarvan een bestuur in redelijkheid tot een opzeggingsbesluit kan komen.
 
Wilt u meer weten over opzegging en ontzetting uit het lidmaatschap van een vereniging of het opstellen van waterdichte statuten? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2018-03-19