Nalatenschap & erven

Alles over schenkingen

Inzien (levens)testament door gevolmachtigde hangt af van volmachtgever

Het levenstestament is volop in ontwikkeling. Nu er in de praktijk steeds meer gebruik van wordt gemaakt, rijzen er soms vragen bij de praktische uitvoering van de in zo'n akte vastgelegde regelingen. Het kan belangrijk zijn voor de gevolmachtigde om de wil en bedoelingen van de volmachtgever te kennen, om zoveel mogelijk naar diens wensen te kunnen handelen. Maar er zijn uiteraard grenzen. De privacy van de volmachtgever moet beschermd worden. Hoe zit het met de verhouding tussen levenstestament en testament?

In een levenstestament kunnen regelingen staan die een rol spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap van de volmachtgever. Bijvoorbeeld als in het levenstestament aan de gevolmachtigde de bevoegdheid is toegekend om schenkingen te doen. Stel dat er geen verdere instructies bij staan, bijvoorbeeld aan wie geschonken mag worden, hoe kan de gevolmachtigde dan zoveel mogelijk handelen in de geest van de volmachtgever? Het zou logisch zijn om te schenken aan degene aan wie het vermogen na het overlijden van de volmachtgever zou toekomen, dus aan de toekomstige erfgenamen. Maar hoe weet de gevolmachtigde zeker wie dat zijn? Mag hij daarvoor het Centraal Testamentenregister (CTR) raadplegen en vervolgens het laatste testament inzien? En kan dit eigenlijk wel?
 
Voor derden geldt dat om inlichtingen uit het CTR te kunnen krijgen, degene die het testament maakte (de “testateur”) overleden moet zijn. De testateur zelf kan wel inlichtingen vragen uit het CTR over zijn eigen wilsbeschikkingen, als hij ouder is dan 16 jaar en niet onder curatele is gesteld. Bij iemand die onder curatele is gesteld moet de curator het verzoek aan het CTR doen. Inmiddels is duidelijk geworden dat ook een gevolmachtigde op basis van een levenstestament namens de volmachtgever inlichtingen kan vragen, maar alleen als het levenstestament in werking is getreden en het verzoek tot inzage binnen de grenzen van de bevoegdheden van de gevolmachtigde valt.
 
Meestal zal een gevolmachtigde wel een afschrift van het testament vinden tussen de papieren van de volmachtgever. Met informatie uit het CTR kan hij dan bepalen of dat het testament is dat bij overlijden van de volmachtgever in werking zal treden. Lastiger is het, als er geen afschrift te vinden is en de gevolmachtigde dit wil opvragen bij een notaris. De heersende leer was lange tijd dat een notaris zijn geheimhoudingsplicht schendt als hij een afschrift afgeeft aan een ander dan de testateur. Dit is echter aan het veranderen.
 
De Hoge Raad heeft in 2015 in een arrest bepaald, dat de notaris met toestemming van partijen zijn geheimhoudingsplicht mag doorbreken. Dit geeft mogelijkheden om in een levenstestament op te nemen dat de gevolmachtigde bevoegd is een afschrift van het laatste testament van de volmachtgever op te vragen, waarbij de notaris het afschrift zou mogen afgeven aan de gevolmachtigde zonder dat hij zijn geheimhoudingsplicht schendt. Een volmachtgever kan er natuurlijk ook voor kiezen om te bepalen dat de gevolmachtigde niet de bevoegdheid heeft het CTR te raadplegen of het testament in te zien. Doordat deze ontwikkelingen vrij recent hebben plaatsgevonden, zal het op basis van veel bestaande levenstestamenten niet altijd duidelijk zijn of in een concreet geval de gevolmachtigde inlichtingen uit het CTR mag vragen en het testament van de volmachtgever mag inzien.
 
Het is belangrijk om u te realiseren dat wanneer de gevolmachtigde namens u schenkingen mag doen, deze schenkingen gevolgen kunnen hebben voor de latere verdeling van uw nalatenschap. Daarom is het aan te bevelen uw wensen ten aanzien van het doen van schenkingen in uw levenstestament vast te leggen en daarnaast expliciet te bepalen of de gevolmachtigde wel of niet uw testament zou mogen inzien.
 
Wilt u een levenstestament maken, of overweegt u een aanvulling te maken op uw bestaande levenstestament, neemt u dan contact met ons op. Wij helpen u graag verder om uw zaken goed te regelen.
2017-06-19
Verdeling nalatenschap voor verplichte vereffening vergt overleg via rechter

Erfgenamen die een nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, behoren de vereffening daarvan af te ronden voordat zij tot verdeling overgaan. Daarmee wordt gewaarborgd dat de schuldeisers met voorrang hun vorderingen kunnen incasseren. Als een erfgenaam eerder tot verdeling wil overgaan, dan moet deze de feiten en omstandigheden aandragen waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de schulden zijn voldaan.

Bij voorgenomen eerdere vereffening moet de rechter in overleg met de betrokken partijen vaststellen of voldoende rekening is met de belangen van schuldeisers van de nalatenschap. De rechter kan op basis van dat overleg beslissen dat verdeling toch wordt aangehouden totdat de vereffening rond is. Een andere mogelijkheid is verdeling onder voorwaarden die de positie van schuldeisers waarborgen. Ook kan hij besluiten tot een gedeeltelijke verdeling die evenzo de rechten van schuldeisers van de nalatenschap overeind houdt.
Als erfgenamen ook schuldeiser van de nalatenschap zijn, dan kunnen die aanspraken worden betrokken in de verdeling.

Heeft een nalatenschap voldoende saldo en benadeling van schuldeisers niet gevreesd wordt, kan er gedurende de vereffening ook wel partieel worden verdeeld. In het geval dat erfgenamen ook vereffenaar zijn, kan dit alleen met toestemming van de rechter.

Wilt u meer weten over verdeling en vereffening van een nalatenschap? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-06-06
Volmacht is geen vrijbrief voor opname geld voor eigen kosten

Veel kinderen hebben als mantelzorger een volmacht van hun ouder(s) om geld op te nemen van hun rekening voor uitgaven die de ouders anders zelf zouden doen. Als die ouder(s) wilsbekwaam zijn, hoeft de gevolmachtigde geen rekening en verantwoording over die opnames of uitgaven af te leggen in de nalatenschap van die ouders. Dat geldt overigens niet voor alle kosten.

Of een gevolmachtigde rekening en verantwoording moet afleggen aan (overige) erfgenamen hangt van meer af dan alleen de wilsbekwaamheid van de volmachtgever. Ook de aanleiding voor het financiële beheer door het kind is van belang, evenals de verhouding tussen de ouder en de gevolmachtigde. Daarnaast spelen ook het gebruik in familierelaties en de mate waarin de gevolmachtigde zelfstandig kon handelen een rol. Tot slot wordt ook rekening gehouden met de mate waarin de volmachtgever de handelingen van de gevolmachtigde kon overzien, of de volmachtgever voor zijn of haar belangen kon opkomen en de aard en inhoud van de handelingen van de gevolmachtigde.
Als bijvoorbeeld sprake is van zorgbehoevendheid van de volmachtgever waarin het kind (de gevolmachtigde) voorziet en hij of zij het vertrouwen heeft gekregen van de volmachtgever om over het banksaldo te kunnen beschikken, moet niet zo maar worden aangenomen dat er rekening en verantwoording moet worden afgelegd. Dat vindt echter een grens als de gevolmachtigde geld heeft opgenomen voor zichzelf, welke uitgaven niet tot het normale patroon behoren. Een voorbeeld hiervan zijn opnamen voor gemaakte reis-, parkeer- en administratiekosten.
Voor dergelijke handelingen geldt wel degelijk een plicht om rekening en verantwoording af te leggen aan (mede)erfgenamen. Wie dat niet doet of niet kan, moet deze opnamen weer in de nalatenschap storten.

Wilt u meer weten over het afleggen van rekening en verantwoording in een volmacht situatie? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-05-15
Lening van kinderen aan ouders aantrekkelijk

Er wordt heel veel geschreven over het ondersteunen van kinderen door ouders, bijvoorbeeld met een schenking voor het aankopen of verbouwen van een huis. Er zijn echter ook heel veel situaties waarin kinderen het beter hebben dan hun ouders of waarvan het vermogen van ouders in stenen – hun huis – zit. In die situatie kunnen kinderen hun ouders helpen.

Er zijn bijvoorbeeld ouders met een laag pensioen en veel overwaarde op hun huis. Hun besteedbare inkomen is in die situatie vaak verre van riant. Geld lenen met het huis als onderpand is daarvoor een goede optie. Op die manier “eten” ouders hun woning op met het geld dat zij geleend hebben. Dat gaat ten koste van de uiteindelijke erfenis. De ouders moeten jaarlijks rente betalen over de lening. Als de lening renteloos is en direct opeisbaar, houdt de fiscus een fictieve rente van 6% aan. Deze fictieve rente is belast met schenkbelasting bij de ouders. De lening wordt later vanuit de erfenis afgelost, met als voordeel dat er dan veel minder erfbelasting betaald hoeft te worden.
 
Hoe werkt het? Als de ouders in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en de eerste ouder overlijdt, bestaat de nalatenschap onder andere uit een half huis en de helft van de schuld. De langstlevende ouder en de kinderen erven 'op papier' ieder voor een gelijk deel, maar alles blijft bij de langstlevende ouder. Als de tweede ouder overlijdt, komt het deel van de eerste en tweede ouder bij de kinderen.
De lening wordt eerst terugbetaald aan de kinderen die het geld hebben uitgeleend en dat wat over blijft wordt verdeeld tussen alle erfgenamen.
 
Wilt u meer weten over de mogelijkheden om te helpen of geholpen te worden met een lening binnen het gezin? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-05-01
Opeisen erfdeel ouder na overlijden (stief)ouder is verantwoordelijkheid erfgenaam zelf

Veel testamenten bevatten de clausule dat kinderen hun erfdeel pas kunnen opeisen na het overlijden van de andere ouder. Soms is daar een variant op geformuleerd, bijvoorbeeld dat de vordering uit de nalatenschap van een overleden ouder pas opeisbaar is als de stiefouder is overleden. Een kind is echter op grond van de wet geen erfgenaam van een stiefouder en zou mogelijk ook niet over dat overlijden kunnen worden geïnformeerd.

Ook bestaat de mogelijkheid dat een kind wel erfgenaam is van de ouder die als eerste is overleden, maar geen erfgenaam is van de langstlevende ouder. Als de verhoudingen niet meer goed zijn, zou het kunnen dat een kind niet bekend is met het overlijden van zijn langstlevende ouder.
 
Uit recente rechtspraak blijkt dat een notaris niet per se verplicht is een kind te informeren dat de stiefouder of langstlevende ouder is overleden, en dus dat de vordering ten aanzien van de andere ouder hierdoor opeisbaar is geworden.
Een kind is zelf verantwoordelijk voor het opeisen van zijn of haar erfdeel. Als niemand dat erfdeel opeist, kan de betrokken erfgenaam die verantwoordelijkheid niet afwentelen op een ander zoals een notaris.
 
Wilt u meer weten over het opeisen van erfdelen, nu of in de toekomst? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-04-03
Onduidelijkheid over rechten erfgenaam op informatie over verdeling nalatenschap

Wie als wettelijk erfgenaam in een testament onterfd is, heeft nog wel recht op informatie vanuit dat testament. De notaris stuurt in die gevallen op verzoek van de onterfde erfgenaam hem of haar een uittreksel van het testament toe. Over de vraag of de onterfde erfgenaam in dat geval ook recht heeft op informatie over de erfstellingen – de verdeling van de nalatenschap over de overige erfgenamen – heerst nogal onduidelijkheid.

De literatuur hierover omvat artikelen van deskundige auteurs waarvan sommigen die vraag bevestigend beantwoorden, en anderen negatief. De notaris moet afschriften of uittreksels afgeven aan mensen die recht ontlenen aan de akte, in dit geval het testament. Ook iemand die onterfd is, valt hier volgens de wet onder. Dat recht geldt alleen voor het betreffende onderdeel van de akte.
 
Omdat er onduidelijkheid heerst over de vraag of de onterfde erfgenaam ook recht heeft op informatie over de verdeling van de nalatenschap over de overige erfgenamen, is die beoordeling primair aan de notaris. Die doet dat tegen het licht van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De notaris beslist of de inhoud van een akte vertrouwelijk is. Als een onterfde erfgenaam de gevraagde informatie niet krijgt en het daarmee niet eens is, kan hij dat voorleggen aan de civiele rechter.
 
Wilt u meer weten over de rechten van onterfde erfgenamen? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-02-27
Minder vermogen nagelaten in 2014

(Bron: CBS) Dalende huizenprijzen hebben een dempende invloed gehad op de hoogte van de nalatenschappen. In 2014 lieten ruim 138 duizend overledenen bijna 13,6 miljard euro aan vermogen na. In 2011 was dat nog 15,1 miljard euro. Dat meldt CBS op basis van voorlopige cijfers.

Het nagelaten bedrag bestond in 2014 voor 16,4 miljard euro uit bezittingen en 2,8 miljard euro aan schulden. De nagelaten woning vormt de grootste post in de nalatenschappen. Het saldo van de nagelaten eigen woning kwam in 2014 uit op 5,2 miljard euro. Van de 42 duizend overledenen die een woning nalieten (31 procent) had de woning een mediane waarde van 136 duizend euro. Bij 60 procent van deze erflaters rustte nog een hypotheekschuld op de woning. Meer dan 90 procent van de overledenen liet bank- en spaartegoeden na, een op de negen nalatenschappen bevatte effecten. De totale waarde hiervan was 2 miljard euro.

Grote verschillen in nagelaten vermogens

Het mediane nagelaten vermogen van alle overledenen kwam in 2014 uit op 19,6 duizend euro. Dit was ruim 2 duizend euro lager dan in 2011. De verschillen in de nagelaten vermogens zijn groot. Ruim 13 procent van de erflaters liet 200 duizend euro of meer na, meer dan 60 procent liet minder dan 50 duizend euro na. Van de overledenen lieten 8 duizend een schuld na, 17 duizend bezaten minder dan duizend euro. De groep overledenen die een schuld naliet is sinds 2011 gestegen van 3 procent naar 6 procent.

Nagelaten vermogen hoogst onder 70'ers en 80'ers

Het nagelaten vermogen is groter naarmate erflaters ouder zijn. Ouderen hebben namelijk langer de tijd gehad om vermogen op te bouwen dan jongeren. Erflaters van 70 tot 75 jaar lieten het meeste vermogen na, in doorsnee 24 duizend euro. Overledenen tussen 75 en 95 jaar lieten tussen 21 duizend en 23 duizend euro na. Onder overledenen van 95 jaar en ouder ligt het nagelaten vermogen met 18 duizend euro iets lager. Het nagelaten vermogen vormt grofweg een afspiegeling van de verdeling van het vermogen over leeftijdsgroepen.

Ongehuwde vrouwen laten meer vermogen na dan ongehuwde mannen

De omvang van het nagelaten vermogen verschilt sterk tussen mannen en vrouwen. Mannen lieten in doorsnee 23 duizend euro na, 5 duizend euro meer dan vrouwen. Als gekeken wordt naar burgerlijke staat zijn er grotere verschillen. Zo lieten ongehuwde vrouwen in doorsnee 11 duizend euro meer vermogen na dan ongehuwde mannen. Het nagelaten vermogen van getrouwde mannen was 3 duizend euro hoger dan van getrouwde vrouwen. Verweduwde mannen lieten 10 duizend euro meer na dan vrouwen van wie de partner niet meer in leven was. Overledenen die gescheiden waren, lieten het minst na, ongeveer 3 duizend euro voor zowel mannen als vrouwen.
2017-02-20
Proceskosten executeur soms onderdeel schulden nalatenschap

Zodra een executeur in een nalatenschap de boedel heeft afgewikkeld, eindigt zijn of haar taak automatisch. Zo staat het in de wet. De rechter oordeelde in een zaak waarin alleen nog enkele sieraden moesten worden verkocht en de grafsteen nog moest worden aangepast. De executeur had alle schulden en de aanslag erfbelasting betaald. In deze zaak wilden de erfgenamen de executeur laten ontslaan en een nieuwe laten benoemen. Dat was niet meer aan de orde omdat de nalatenschap was afgewikkeld.

Wat nog wel speelde was dat de executeur advocaatkosten had gemaakt om zijn positie tegenover de erfgenamen te verdedigen en hierdoor extra tijd aan zijn taak had moeten besteden. Ook de erfgenamen hadden dergelijke kosten gemaakt. De vraag was of die kosten al dan niet tot de nalatenschapsschulden behoren.
De rechter vond dat de advocaatkosten die de executeur had gemaakt tot de nalatenschapsschulden behoorden. De werkzaamheden van de advocaat waren immers gericht op behoud van de positie als executeur. Dat geldt niet voor de kosten die de erfgenamen hebben gemaakt om de executeur te laten ontheffen van zijn taak. Zij draaien zelf voor die kosten op.

Wat betreft de tijd die de executeur heeft moeten besteden aan de procedure stelt de rechter dat die in de 1%-beloning valt. Die beloning was in het testament bepaald.

Wilt u meer weten over de taak en vergoeding van een executeur? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-02-06
Strenge regels voor schenkingsvrijstelling eigen woning

Vanaf 1 januari 2017 is de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning verruimd. Dit betekent dat nu aan iemand tussen de 18 en 40 jaar (onder bepaalde voorwaarden) eenmalig maximaal 100.000 euro belastingvrij mag worden geschonken voor de eigen woning.

Aan deze schenkingsvrijstelling zijn strenge regels gebonden. Zo wordt de vrijstelling in principe alleen verleend als de schenking onvoorwaardelijk is. Eén uitzondering daarop is mogelijk. De schenking moet dan worden gedaan onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt als deze niet wordt besteed aan de eigen woning op de wijze en onder de voorwaarden zoals de wetgever heeft voorgeschreven.
Daarnaast moet het bedrag van de schenking uiterlijk in het tweede jaar, volgend op het jaar waarin een beroep op de verhoogde vrijstelling is gedaan, aan de eigen woning worden besteed. Dat dit inderdaad is gebeurd, moet u schriftelijk kunnen aantonen.

Sinds 1 januari 2017 is het mogelijk dat de schenking voor de eigen woning wordt verspreid over een periode van drie jaar. Als hoogte van de vrijstelling gedurende die drie jaar, geldt de vrijstelling van het eerste jaar waarin een beroep op de vrijstelling werd gedaan. Maakt u gebruik van deze mogelijkheid, dan is het belangrijk rekening te houden met het feit dat de bestedingstermijn van drie jaar ook hier geldt. Die termijn gaat in vanaf de eerste schenking, dus voor de aanvullende schenkingen is de bestedingstermijn korter.
Wordt het geschonken geld niet of niet tijdig besteed aan de eigen woning, dan is de verhoogde vrijstelling niet van toepassing. De verkrijger van de schenking moet dit melden aan de inspecteur van de Belastingdienst door middel van een formulier. Deze melding moet gedaan worden voor 31 mei van het derde jaar volgend op het jaar waarin een beroep is gedaan op de verhoogde vrijstelling.

Wilt u meer weten over schenkingen in het algemeen of schenkingen voor eigen woningen in het bijzonder? Bel ons voor het maken van een afspraak.
2017-01-30
De boedelbeschrijving beschreven

Wij krijgen nogal eens de vraag wat een boedelbeschrijving precies is en wanneer deze opgemaakt moet worden. Vaak denkt men dat een boedelbeschrijving een beschrijving is van de inboedelgoederen die in een nalatenschap aanwezig zijn. Met “boedel” wordt echter niet de inboedel bedoeld, maar een hele nalatenschap. Een boedelbeschrijving is dan ook een inventarisatie van alles wat tot een nalatenschap behoort, dat zijn alle bezittingen en alle schulden van een overledene. De boedelbeschrijving geeft de samenstelling van de nalatenschap weer op de datum van overlijden.

De boedelbeschrijving wordt dus opgemaakt na iemands overlijden. Een boedelbeschrijving is verplicht als de nalatenschap door één of meer erfgenamen beneficiair is aanvaard (“onder het voorrecht van boedelbeschrijving”). Deze manier van aanvaarden wordt aangeraden als het onzeker is of de nalatenschap een positief saldo heeft, om te voorkomen dat de erfgenamen met hun eigen geld schulden van de overledene moeten betalen.
 
Het kan ook zijn dat een nalatenschap wel een positief saldo heeft maar dat een erfgenaam minderjarig is of onder bewind is gesteld, toegelaten is tot de wettelijke schuldsanering of failliet is verklaard. In deze gevallen moet een wettelijk vertegenwoordiger of bewindvoerder of curator de nalatenschap namens de erfgenaam beneficiair aanvaarden, ook als er een positief saldo is.
Na een beneficiaire aanvaarding moet de nalatenschap op een bepaalde wettelijk voorgeschreven wijze worden vereffend. De eerste taak die dan op de erfgenamen rust is het opmaken van een boedelbeschrijving. Deze moet ter inzage worden gelegd bij de griffie van de rechtbank of op het kantoor van de boedelnotaris. Belanghebbenden, zoals schuldeisers, kunnen de boedelbeschrijving inzien. De boedelbeschrijving hoeft niet ter inzage te worden gelegd als de kantonrechter de erfgenamen (op hun verzoek) van deze verplichting heeft ontslagen.
 
Als de overledene in zijn of haar testament een executeur heeft benoemd en deze persoon die benoeming heeft aanvaard, is de executeur verplicht een boedelbeschrijving op te maken en deze aan de erfgenamen te verstrekken. Op deze manier verschaft de executeur informatie over de samenstelling van de nalatenschap aan de erfgenamen. De executeur is verplicht een boedelbeschrijving op te maken, ongeacht of het saldo van de nalatenschap positief of negatief is.
 
De kantonrechter kan ook op verzoek bevelen dat er een boedelbeschrijving wordt opgemaakt. Dit is altijd een notariële boedelbeschrijving, de kantonrechter wijst in het bevel een notaris aan die de akte zal opmaken. Een bevel tot het opmaken van een boedelbeschrijving kan worden verzocht door bijvoorbeeld de echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene, door een erfgenaam of de executeur, maar ook door andere personen die aantonen dat zij voldoende belang hebben bij een boedelbeschrijving.

Vormvereisten

De regels over de vorm van de boedelbeschrijving staan in artikel 671 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Als alle partijen akkoord zijn en het vrije beheer over hun vermogen hebben, kan de boedelbeschrijving in een onderhandse akte, in alle andere gevallen moet de boedelbeschrijving in een notariële akte worden vastgelegd.
Personen die niet “het vrije beheer over hun vermogen” hebben, zijn bijvoorbeeld minderjarigen, degenen die onder bewind of curatele zijn gesteld, die failliet zijn of zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. Doet zich één van deze omstandigheden voor bij een erfgenaam, dan moet de boedelbeschrijving in een notariële akte plaatsvinden. In een notariële boedelbeschrijving wordt ook een eed of belofte opgenomen, af te leggen door de persoon (of personen) die de beschreven goederen in zijn bezit heeft of heeft gehad, of in het huis waarin de goederen zich bevinden heeft gewoond. Hij moet verklaren dat hij niets heeft verduisterd, noch gezien heeft, noch weet dat iets verduisterd is.
 
Als iedere erfgenaam het vrije beheer over zijn vermogen heeft en geen van hen prijs stelt op een notariële beschrijving, dan mag de boedelbeschrijving onderhands.
Onderhands wil zeggen dat het stuk is opgesteld zonder tussenkomst van een notaris. Ook een aangifte erfbelasting kan dienen als onderhandse boedelbeschrijving.

Opzettelijk verzwijgen

Als een erfgenaam opzettelijk goederen heeft verzwegen en deze buiten een notariële boedelbeschrijving heeft gehouden, heeft dat gevolgen. Blijkt bijvoorbeeld achteraf dat er goederen (of geldsommen) die een erfgenaam wel bekend waren niet aangegeven zijn, heeft de erfgenaam een valse eed afgelegd en kan hij daarvoor strafrechtelijk worden vervolgd. Ook loopt die erfgenaam het risico om alle aanspraken te verliezen op de goederen of gelden die hij heeft verzwegen.
Het opzettelijk verzwijgen van goederen kan dus aanzienlijke consequenties hebben.
 
Het belang van een notariële boedelbeschrijving zit hem met name in de afgelegde eed of belofte, die ontbreekt in een onderhandse boedelbeschrijving. De eed of belofte draagt ertoe bij dat de boedelbeschrijving zoveel mogelijk waarheidsgetrouw is.
Het nut van een notariële boedelbeschrijving is tweeledig: enerzijds de bewijskracht en anderzijds de bewarende functie. De bewijskracht is sterk en eventuele toekomstige discussies over de samenstelling van de nalatenschap worden voorkomen. Daarnaast beperkt de boedelbeschrijving het risico dat goederen verdwijnen. Zou dat toch gebeuren, dan is er nog bewijs dat de goederen er wel degelijk waren en wat de waarde ervan was.
 
Conclusie is dat in veel gevallen een onderhandse boedelbeschrijving voldoet. Echter, ook in gevallen waarin dit niet verplicht is kan een notariële boedelbeschrijving toch nut hebben, vooral als erfgenamen vermoeden dat er goederen zijn weggemaakt of worden achtergehouden.
 
Wilt u advies over een boedelbeschrijving of over andere zaken die de afwikkeling van een nalatenschap betreffen, neemt u dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.
2017-01-16